Vakopleiding Binnenhuisarchitectuur

Welkom bij de proefles van de Vakopleiding Binnenhuisarchitectuur

Leuk dat je een proefles hebt aangevraagd! Door deze proefles krijg je een indruk van de inhoud van de Vakopleiding Binnenhuisarchitectuur. Je leest een paar pagina's theorie en beantwoordt 3 vragen. De antwoorden kun je verderop in de proefles nakijken. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Succes en veel plezier met de proefles!

Theorie

Hieronder volgen een aantal pagina’s uit het boek De basis van het interieurontwerp. Je krijg hier 3 vragen over verderop in de proefles.

De basis van de interieurvormgeving

Ons huis en interieur zijn zo vanzelfsprekend voor ons dat we er lang niet altijd bij stilstaan hoe belangrijk ze voor ons zijn en hoeveel we er eigenlijk van verwachten. Ga maar na hoeveel kamers u in uw woning hebt en hoe u deze gebruikt. Uw woonkamer bijvoorbeeld heeft misschien wel dertig functies (tv kijken, relaxen, lezen, spelen, praten, muziek luisteren/maken, gasten ontvangen enzovoort). Toch gaat onze aandacht vaak minder uit naar de functionele kant van de interieurvormgeving, want we willen vooral een mooi interieur. Dat is al lastig genoeg, want beschrijf nu eens wat u mooi vindt en wat helemaal niet en waarom? Voor welke interieurstijl hebt u gekozen? Wat bevalt er in uw huidige interieur goed? En wat minder? Of helemaal niet? En waarom?

Als u er goed over nadenkt, is het geheel aan keuzes binnen de interieurvormgeving nog behoorlijk complex. Een interieur bestaat namelijk uit heel veel onderdelen, die allemaal op de een of andere manier met elkaar samenhangen. Om u hiervan een goed beeld te geven, kunt u het interieur verdelen in twee hoofdgroepen: de groep voor de aankleding en de groep voor de inrichting. De onderdelen voor de aankleding vormen samen het decor in een ruimte. Het gaat hier om de bekleding van de wanden, vloeren, plafonds, ramen en het houtwerk. Hiervoor worden de materialen, kleuren en een type uitvoering gekozen.

Opleiding Binnenhuisarchitectuur
Foto: Shutterstock.

De onderdelen voor de inrichting zijn de stukken. Dit zijn de meubelen, verlichting, accessoires, planten en kunst. Ook hiervoor worden uitvoeringskeuzes gemaakt en wordt er een plaats in het interieur gekozen. Het decor en de stukken vormen dus samen het interieur. Aangezien ze bij elkaar horen, is het belangrijk dat er een goede afstemming is tussen beide. Zo ontstaat een evenwichtige vormgeving. U kunt hiervoor zorgen door alle keuzes voor de aankleding en inrichting binnen één interieurstijl te maken. Zo krijgt het totaal aan keuzes normaal gesproken een harmonieuze en stijlvolle vormgeving. Alle onderdelen komen dan immers uit een en dezelfde interieurfamilie. Het vinden van de ideale afstemming tussen de onderdelen is een boeiende en creatieve uitdaging.

Toch speelt, naast de op het uiterlijk gerichte vormgeving, het praktische gebruik van het interieur (de functionaliteit) ook een belangrijke rol. Het decor en de stukken zijn toch vooral ook gebruiksvoorwerpen. Het is dus belangrijk dat deze goed passen bij de functies waaraan de ruimte moet voldoen.
Bij het bedenken van een volledig nieuw interieurconcept en/of het aanpakken van problemen in een bestaand interieur is deze samenhangende benadering functie versus vormgeving meestal de sleutel tot succes. Het ene aanpakken en het andere niet zal over het algemeen niet het gewenste resultaat opleveren. Zo verwacht men in de winkel vaak veel goeds van nieuwe meubelen, maar als deze eenmaal thuis in het bestaande decor zijn neergezet, valt het resultaat nog wel eens tegen. Als u de stukken verandert, maar hierop het decor niet aanpast, wordt de verandering lang niet altijd een verbetering. Een mooi meubel dat (achteraf) niet voldoet in het gebruik, zal u uiteindelijk toch niet zo goed bevallen. Daarom is het belangrijk dat het decor en de stukken niet alleen worden afgestemd op elkaar, maar ook goed op het gebruik door de bewoner(s).

Bovendien maken het decor en de stukken onderdeel uit van een ruimte met bepaalde afmetingen (lengte × breedte × hoogte) en allerlei vaste onderdelen die hierin zijn geplaatst, zoals deuren en ramen, haard, inbouwkasten, elektra, verwarming en in de badkamer en keuken respectievelijk sanitaire toestellen, werkvlakken, kasten en apparatuur enzovoort.

Opleiding Binnenhuisarchitectuur van het NTI

Foto: Axelrod Architects
Op deze foto zien we een interieur waarin 'ruimte' (binnen en buiten) een zeer belangrijk deel uit maakt van de sfeer. Toch zullen met name de stukken belangrijk zijn voor het gebruik van deze ruimte.

Iedere ruimte biedt mogelijkheden, uitdagingen en beperkingen waarmee we rekening moeten houden bij onze keuzes voor het decor en de stukken en de plaats die u ze geeft in die ruimte. In een moderne, lichte doorzonkamer zult u andere beslissingen nemen dan in een hoge, monumentale ruimte met een ronde grote erker en in een zolderkamer met alleen maar schuine wanden wordt het interieurplan net ietsje ingewikkelder dan in een gewone slaapkamer. Voor al deze verschillende situaties zijn eigenlijk altijd oplossingen te bedenken en juist daarom is het belangrijk dat u bij uw keuzes rekening houdt met de mogelijkheden en beperkingen die een ruimte met zich brengt.

Soms kunnen er in een ruimte door een kleine verbouwing grote verbeteringen worden aangebracht. Denk hierbij aan het veranderen van de draairichting of de positie van een deur, het plaatsen van een dakkapel of een extra wand. Het zoeken naar dit soort oplossingen is zeker ook een belangrijk gereedschap van een interieurdesigner. Op deze aspecten komen we later nog uitgebreid terug. In deze inleiding op de interieurvormgeving beperken we ons vooralsnog tot de vormgeving van het decor en de stukken.

Hoofdinterieurstijlen

Voor een samenhangende en stijlvolle interieurvormgeving is het belangrijk dat u zorgt voor een afstemming tussen het decor en de stukken. Hiervoor is het essentieel dat u de keuzes voor beide maakt binnen dezelfde interieurstijl. Om de juiste keuzes en afstemmingen te kunnen maken, is het daarom belangrijk dat u de stijlenfamilies met de bijbehorende vormgeving en kenmerken (her)kent.
Hoewel er in de loop der tijd vele interieurstromingen zijn geweest, kunt u deze toch goed onderbrengen in drie hoofdgroepen, namelijk de landelijke, de klassieke en de moderne interieurstijl. De internationale benamingen hiervoor zijn: country, classic en modern.
Hierna beschrijven we deze hoofdinterieurstijlen met de hierbij passende, typische vormgeving.
Het is belangrijk dat u de hierbij opgenomen beelden goed bestudeert en let op de bij deze interieurstijl behorende vormgeving, uitvoering (materialen en kleuren) en styling (de manier en plaats waarop ze zijn neergezet) van de interieuronderdelen.

De landelijke interieurstijl
De landelijke interieurstijl
A Foto: Farrow & Ball
B Foto: Rivièra Maison
C Brom: Rivièra Maison
D Brom: Rivièra Maison


Binnenhuisarchitect opleiding
E Foto: Farrow & Ball
F Foto: Farrow & Ball
G Foto: Farrow & Ball
H Foto: Bruynzeel parket
I Foto: Rivièra Maison

Toen de mens zich na zijn prehistorische nomadische bestaan vestigde in hutten, ontstonden de eerste, primitieve interieurs.

Men leefde toen over het algemeen samen in één vertrek, vaak ook nog met de beesten erbij. De inrichting was zeer sober en vooral aangepast aan het werken en leven op het land. Deze interieurs zou u kunnen zien als het begin van de landelijke interieurstijl.

De oorspronkelijke landelijke interieurs waren een afspiegeling van het boerenbestaan en van het leven en werken op het platteland. Men bouwde zijn interieur helemaal zelf met de beschikbare materialen uit de natuur. 

De afwerking van wanden, vloer en plafond bestaat uit pure bouwmaterialen (hout, stenen, riet, kalk) en maakt een belangrijk onderdeel uit van de sfeer. Vaak worden wanden gestuukt en witgekalkt, soms voorzien van lambriseringen of schroten. Op de vloer liggen stenen of houtdelen en de dakconstructie met dakbalken blijft meestal in het zicht.

Primitieve interieurstijl

Foto: Noors museum
Het begin van de landelijke interieurstijl.

Tijdens de maaltijd is er even wat rust in het drukke boerenbestaan en eventueel ook tijd voor andere gezinsleden of gasten. Daarom wordt in de landelijke interieurs veel aandacht gegeven aan het koken, eten en alles wat daarbij hoort. Aan de balken hangen potten, pannen, gereedschappen, manden en andere gebruiksvoorwerpen.

Deze sobere vormgeving werd vaak opgevrolijkt met borduursels op kussens, gordijnen, linnen en katoen, meestal met op de natuur geïnspireerde, simpele patronen. Per land en per streek ontstonden er verschillende herkenbare varianten.

6 Frans landelijk interieur

Foto: Shutterstock

Hieronder is een typisch voorbeeld van een Frans landelijk interieur te zien, maar bekend zijn ook de Long Island, Toscaanse, Engelse en Zweedse landelijke stijl, waarvan het interieur hierboven een voorbeeld is. De meest toegepaste uitvoeringen van de landelijke stijl in Nederland zijn de traditionele en de moderne basisvormgeving.

De moderne interieurstijl in de opleiding Binnenhuisarchitectuur
Foto: Shutterstock

De moderne interieurstijl

In het begin van de twintigste eeuw nam een aantal ontwerpers afstand van de tot dan toe voornamelijk ornamentele benadering (veel versieringen) van de klassieke vormgeving. Het ontwerp (design) van meubelen, interieurs en objecten wordt puur en strak, met een perfecte versobering van het ontwerp. De belangrijkste credo’s werden: Less is more en Form follows function. Bij de paragraaf over interieurstromingen zullen we deze uitgangspunten nader toelichten.

Kenmerken
In de moderne interieurstijl worden de meubelen minder collectief gekozen dan in de andere stijlen. Waar in de andere stijlen bijvoorbeeld dezelfde banken met een andere bekleding met elkaar gecombineerd worden en hierbij een passende fauteuil wordt geplaatst, wordt in de moderne stijl ieder meubel afzonderlijk geselecteerd en geplaatst. De meubelopstelling is ruimer dan in de traditionele interieurs, waardoor elk meubel als object duidelijk waarneembaar is.

Er wordt in het totale interieur gebruikgemaakt van natuurproducten en edele bouwmaterialen, zoals natuursteen, lichte houtsoorten, glas, bamboe, sisal, leer enzovoort, die soms worden gecombineerd met industriële materialen, zoals stalen buizen, multiplex en buigzame, persbare kunststofsoorten. De meer functionele meubelen worden het liefst geïntegreerd (weggewerkt) in de ruimte. Zo versmelt het meubel als het ware met de architectuur. Het gaat hier dus om maatoplossingen. Denk hierbij aan boekenwanden, inbouwkasten, werkbladen, badkamerplateaus enzovoort.

 Volg de Binnenhuisarchitect opleiding van het NTI
A Foto: Dirkjan Broekhuizen BNI
B Foto: Dirkjan Broekhuizen BNI
C Foto: Dirkjan Broekhuizen BNI

Word binnenhuisarchitect met de Binnenhuisarchitect opleiding
D Foto: Vitra
E Foto: Bonaldo
F Foto: Shutterstock

Opleiding Binnenhuisarchitectuur van het NTI

Foto: Bulthaup
In dit interieur worden licht en ruimte ondersteund door veel witte vlakken, die voor een groot deel bestaan uit inbouwkasten. Door het gebruik van de glazen tafels blijft de vloeroppervlakte zichtbaar en ervaren we deze als ruimte.

In deze interieurs wordt ruim baan gegeven aan daglicht dat vrijwel onbelemmerd de ruimte instroomt. Doordat het licht reflecteert op de glad gestuukte en offwhite betonwanden of de fraaie natuurstenen of houten vloer, ontstaat er ondanks de sobere opzet met amper versiering en opsmuk een subtiele elegantie.

Doordat er geen onnodige afleiding is, wordt er juist onverdeelde aandacht gericht op enkele bewust geplaatste kunstwerken en/of objecten (ook antieke of exotische). Er wordt meestal gezocht naar een asymmetrisch evenwicht. Deze opstellingsvorm wordt later in het boek uitgelegd.

Het intrigerende aan deze stijl is, dat veel mensen die zich verdiepen in de vormgeving, steeds meer weglaten om juist de onverdeelde aandacht te richten op de intrinsieke schoonheid van materialen en vormen.

accessoires: roestvrij staal, glas, en zwart en wit kunststof zijn vaak de materialen waarvan objecten worden gemaakt. Gebruiksartikelen worden door het doordachte en fraaie design kijkobjecten. Bekende voorbeelden hiervan zijn de thermoskan en het suiker-en-melkstel van Stelton, de fruitschaal van Alessi en de Bang en Olufsen stereo-installatie.

haard: een wit gestuukte schouw met inbouwhaard, een sobere stenen wand met strakke, designhaard.

kunst: kies voor enkele markante moderne kunstwerken of sculpturen. Als er kleinere, gelijksoortige objecten zijn, zoals schaalmodellen van designmeubelen en designvazen, kunnen deze in één vitrine en als verzameling worden getoond.

meubelen: markante vormen, simpele lijnen en strakke vormen. Materialen: glas, roestvrij staal, gebogen hout, kunststof en leer. Meubelen op maat zoals boekenwanden en doorgeefluiken.

meubelklassiekers: typische moderne designklassiekers van bijvoorbeeld Charles and Ray Eames, Marcel Breuer, Mies van der Rohe en Le Corbusier; klassiekers voor een meer trendy uitstraling van Verner Panton, Gioncarlo Pireti en Eero Aarnio en voor een functionele uitstraling van Arne Jacobsen en Ron Arad. In hoofdstuk 2: De geschiedenis van de interieurvormgeving worden de meeste van deze ontwerpers besproken.

muren: onbehandeld beton of wit gestuukt, alleen grote kunstwerken ophangen.

planten: een à twee grote, strak gevormde cactussen of vetplanten.

ramen: kies voor simpele gordijnen in naturelle stoffen zoals linnen en katoen of voor paneelgordijnen of aluminium luxaflexen.

verlichting: industriële, strakke vormgeving van lampen, uitgevoerd in roestvrij staal. Maar ook organisch gevormde, sculpturale lampen zijn een goede keuze.

verwarming: radiatoren mogen groot en prominent aanwezig zijn in het interieur.

vloeren: in principe kan veel, maar kies voor neutraal, ruimtelijk en tijdloos, liefst doorlopend in alle ruimten.

vormgeving: geen overbodige decoratieve versieringen zoals ornamenten en lambriseringen; als deze in het huis aanwezig zijn, maak ze dan wit en glanzend.

wanden: behang past in principe niet in deze stijl, tenzij het behang min of meer functioneert als grafisch kijkobject aan een deel van de wand. Een spiegelwand is ook een optie. Een scheidingswand van glasblokken wordt veel toegepast in deze stijl.


Vragen

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Maak dan de onderstaande vragen. De antwoorden vind je verderop in de proefles.

  1. In welke drie hoofdgroepen kunnen interieurstromingen worden ingedeeld?
  2. Wanneer ontstond de moderne interieurstijl?
  3. Uit welke materialen bestaan objecten uit de moderne interieurstijl meestal?

Hoe studeer je bij het NTI?

Dankzij het nieuwe studeren bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren is de ideale combinatie tussen online en klassikaal onderwijs. De onderstaande video laat je het nieuwe studeren zien.


Bekijk hier de antwoorden

Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

  1. Interieurstromingen zijn onder te brengen in drie hoofdgroepen: de landelijke, de klassieke en de moderne interieurstijlen. De internationale benamingen hiervoor zijn country, classic en modern.
  2. De moderne interieurstijl ontstond aan het begin van de twintigste eeuw. Een aantal ontwerpers nam afstand van de tot dan toe voornamelijk ornamentele benadering (veel versieringen) van de klassieke vormgeving.
  3. Objecten uit de moderne interieurstijl worden vaak gemaakt van roestvrij staal, glas, en zwart en wit kunststof. Gebruiksartikelen worden door het doordachte en fraaie design kijkobjecten. Bekende voorbeelden hiervan zijn de thermoskan en het suiker-en-melkstel van Stelton, de fruitschaal van Alessi en de Bang en Olufsen stereo-installatie.

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de vakopleiding Binnenhuisarchitectuur, dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. NTI biedt erkende en gewaardeerde opleidingen
  2. Je krijgt deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Je studeert voor een voordelige prijs
  4. Je studeert flexibel: waar en wanneer je wilt
  5. Je studeert met veel persoonlijk contact
  6. Je studeert modern via onze digitale leeromgeving
  7. Je krijgt studiebegeleiding van een mentor
  8. Je kunt studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je cursus of opleiding!

1 / 1