Proefles: Sociale Hygiëne

Volg nu de verplichte cursus Sociale Hygiëne en begin je eigen horecazaak!

Met deze proefles krijg je een indruk van de beroepsopleiding Sociale Hygiëne van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

2 Typen horecabedrijven

Doelstellingen
Als u hoofdstuk 2 goed hebt bestudeerd, kunt u: 
- het begrip horecabedrijven omschrijven; 
- de drie hoofdgroepen in de horeca noemen en omschrijven; 
- het verschil uitleggen tussen horeca en detailhandel. 

Inleiding
Als iemand een horecabedrijf wil starten (of als hij actief wil worden in de drankverstrekkende detailhandel) zal hij altijd een keuze moeten maken in de markt en het soort bedrijf (logies-, maaltijd-, drankverstrekkend) dat hij wil starten. Daarnaast zal hij een formule voor het bedrijf moeten vinden zodat hij zich kan richten op een bepaald gedeelte van de markt.
In hoofdstuk 1 hebt u geleerd dat we de soorten horecabedrijven in drie hoofdgroepen kunnen verdelen. 
1. Logiesverstrekkende bedrijven: hotel (in diverse categorieën), pension, jeugdherberg (hostel), motel (in diverse categorieën), bungalowpark, conferentiehotel, appartementenhotel; camping.
2. Maaltijdverstrekkende bedrijven: snackbar, cafetaria, eetcafé, bistro, restaurant, zelfbedieningsrestaurant, traiteur, pannenkoekenhuis, lunchroom, tearoom.
3. Drankverstrekkende bedrijven: café; discotheek; nachtclub; bar; tearoom; bodega; koffiehuis; buurt- en clubhuis; detailhandel (slijterij, supermarkt, wijnwinkel/wijnspeciaalzaak, bierspeciaalzaak, een mengeling van bovenstaande).

2.1 Logiesverstrekkende bedrijven
Hotel. Zakenmensen maar ook toeristen maken vaak gebruik van hotels. In een hotel zullen de gasten over het algemeen wat langer verblijven. Hotels bieden de gelegenheid tot overnachting met de mogelijkheid tot ontbijt. Afhankelijk van de prijs die voor een overnachting wordt betaald is er meer of minder luxe aanwezig op de hotelkamer. 

hotelkamerVoor een wat hogere prijs zal er een eigen toilet en een badkamer standaard op de hotelkamer aanwezig zijn. Bepaalde dure hotels hebben de mogelijkheid tot roomservice. Dit wil zeggen dat een gast iets op zijn kamer kan laten serveren.
De accommodatie en service wordt uitgedrukt in het aantal sterren. De classificatie loopt van 1 tot en met 5 sterren. Zo zal een driesterren hotel minder luxe zijn dan een vijfsterren luxehotel. De gast kan dus zelf een keuze maken of hij veel luxe en comfort wenst tegen een relatief hoog bedrag of dat hij een minder luxe overnachting wenst tegen een relatief laag bedrag.

Pension. Een pension biedt gelegenheid tot overnachten in een eenvoudig hotel. Pensions zijn veelal te vinden in vakantiegebieden. Het verblijf in een pension is vaak kort. Naast de mogelijkheid tot overnachting kunnen de gasten gebruikmaken van het ontbijt. Vaak wordt er gesproken over halfpension of volpension. Met halfpension wordt bedoeld dat naast de faciliteiten voor overnachting wordt gebruikgemaakt van het ontbijt en een andere maaltijd, meestal het diner. Bij volpension wordt er behalve overnachting en ontbijt gebruikgemaakt van zowel lunch als diner. Pensions worden gekenmerkt door hun kleinschaligheid en zijn over het algemeen particulier eigendom.

Jeugdherberg (hostel). De naam suggereert dat in dit type horecabedrijf alleen jeugd zal verblijven. Dit is niet het geval. Ook ouderen kunnen gebruikmaken van een jeugdherberg, dat daarom tegenwoordig vaker hostel wordt genoemd. Het kenmerk van een hostel is dat de gasten met meerderen op een kamer of een zaal verblijven. De bedrijfsleider, manager, wordt ook wel de waard genoemd. De kosten voor het verblijf zijn relatief laag. Om deze prijs laag te houden, worden de gasten meestal geacht hun maaltijden zelf te verzorgen. De meeste hostels in Nederland zijn aangesloten bij Stayokay. Dit samenwerkingsverband zorgt ervoor dat de service en de prijzen in de hostels ongeveer op een lijn zitten. 

Tevens kunnen gasten die veel in hostels verblijven lid worden van deze organisatie zodat ze korting krijgen. In het algemeen kunnen we zeggen dat hostels lowbudgethotels zijn.

Motel. Het kenmerk van een motel is dat dit type horecabedrijf gelegen is aan een snelweg, of eventueel doorgaande weg aan de rand van een plaats. Het is dus gericht op de automobilist. Er is een centrale receptie waar de gasten de sleutel ontvangen en de rekening betalen. De gebouwen zijn zo gesitueerd dat de gasten soms met de auto tot voor de deur van de kamer rijden. Het kenmerk van motels is dat het verblijf vrij kort is. Mensen op doorreis overnachten vaak in motels. Er is een goede mogelijkheid tot parkeren. Ook verblijven hier veel gasten die niet hebben gereserveerd. Steeds meer zien we dat bij motels de mogelijkheid tot vergaderen aanwezig is voor de mobiele zakenman/zakenvrouw.

Bungalowpark. Bungalowparken worden als totaalproduct gepresenteerd. Ze voorzien in alle behoeften van de gast. Op het terrein zijn verschillende restaurants, cafés, zwembaden, solariums, fitnessruimten en een supermarkt aanwezig. Het concept is zo opgezet dat de gast het terrein niet hoeft te verlaten. De gast kan gebruikmaken van de faciliteiten, maar ook zelf zijn maaltijden bereiden in de bungalow, omdat deze volledig is ingericht. Daarnaast voorzien bungalowparken in de recreatieve voorzieningen voor het gehele gezin, met de nadruk op de kinderen. Bekende ketens zijn Center Parcs en Landal GreenParks.

Conferentiehotel. Bedrijven organiseren vaak presentaties of trainingen voor klanten of personeel. Doordat deze presentaties of trainingen meer dagen kunnen duren, hebben bedrijven ruimte voor overnachting nodig in combinatie met restaurantmogelijkheden. Conferentiehotels bieden de mogelijkheid van vergaderzalen, presentatieruimten, 

overnachtingsmogelijkheden en restauratieve voorzieningen. Afhankelijk van het beschikbare budget van het bedrijf kunnen meer of minder luxe faciliteiten aangeboden worden. Veelal zijn dit soort hotels in de omgeving van grote steden en drukke verkeersknooppunten gesitueerd. Een bekende hotelketen met conferentiemogelijkheden is Bilderberg.

Appartementenhotel (Aparthotel). Veel mensen hebben door hun drukke werkzaamheden de behoefte om in het weekend of tijdens korte vakanties tot rust te komen. Deze mensen zijn in de omstandigheid dat ze een appartement kopen of huren in een complex waar tevens de mogelijkheden van een hotel zijn. Als de eigenaren/ huurders geen behoefte hebben om de maaltijden en de drankjes zelf te verzorgen zijn er diverse mogelijkheden in de vorm van aangrenzende restaurants of cafés. Deze appartementenhotels kunnen van eenvoudig tot zeer luxe worden uitgevoerd, in overeenstemming met het budget van de gast.

Camping. Campings zijn logiesverstrekkende bedrijven voor een verblijf van een of meerdere nachten op een kampeerterrein. Bezoekers van een camping zijn aangewezen op eigen accommodatie of op huur daarvan voor bijvoorbeeld minimaal een week. Het is van de voorzieningen van de camping afhankelijk of de gast buiten het campingterrein moet gaan voor boodschappen of een bezoek aan een restaurant. Het soort voorzieningen op een camping bepaalt voor een deel de prijs per overnachting. Steeds meer campings bieden faciliteiten aan zoals stacaravans of blokhutten of andere vormen van overnachtingen.

2.2 Maaltijdverstrekkende bedrijven

Snackbar. Mensen nemen minder tijd voor het bereiden en nuttigen van de maaltijd. Er wordt steeds meer gekozen voor snelle, eenvoudig te bereiden gerechten. Maar als dit nog te veel tijd in beslag neemt, bezoeken ze vaak een snackbar of een fastfood bedrijf. Bij scholieren zijn dit soort horecagelegenheden zeer geliefd. De snackbar heeft als kenmerk dat de gast er snel wordt geholpen. De inrichting is eenvoudig en is er niet altijd op ingericht dat de gast zittend zijn maaltijd gebruikt. 

medewerksterDe laatste jaren verschijnen er ook langs snelwegen moderne fastfood bedrijven die worden beheerd door wereldwijd opererende ketens. Hierbij wordt de mogelijkheid geboden dat de gast vanuit de auto zijn bestelling plaatst en gebruikt. De keuze uit de gerechten is zeer beperkt.

Cafetaria. Een cafetaria biedt een groter assortiment dan een snackbar, met gerechten zoals biefstuk, schnitzel of bal gehakt. Bovendien is een cafetaria ingericht met tafels en stoelen die voorzien zijn van eenvoudig tafellinnen en/of placemat. De gerechten worden aan tafel geserveerd en genuttigd. De prijzen zijn betrekkelijk laag, wat ook tot uiting komt in het assortiment, de aankleding en inrichting. Eetcafé De stap van een cafetaria naar een restaurant is vrij groot. Daarom bedacht men in de jaren tachtig de formule van het eetcafé. Een eetcafé biedt de mogelijkheid om in een informele sfeer een maaltijd tussen de € 15,00 en € 25,00 te nuttigen. De aankleding van een eetcafé kan modern zijn, maar ook een klassieke inrichting is mogelijk. Eetcafés worden bezocht door een breed publiek. Vaak is er in eetcafés een bar aanwezig, zodat men hier ook gewoon een drankje kan gebruiken. Tegenwoordig kan een groot aantal horecagelegenheden niet zonder het verstrekken van eten in een bepaalde vorm.

Restaurant. Binnen de groep van restaurants kennen we verschillende subgroepen:
- de laaggeklasseerde restaurants waar de gasten goedkoop de lunch of het diner kunnen gebruiken;
- de middenklasse restaurants, waar de gast meer moet betalen voor lunch of diner. Het verschil zit in de inrichting van de restaurants, de bediening en de soort gerechten die er geserveerd worden;
- de toprestaurants, die het bovenste gedeelte van de markt bedienen. Hiertoe behoort in Nederland maar een beperkt aantal restaurants. Als een gast hier naar binnengaat, zullen zijn wensen tot in detail worden uitgevoerd door zowel het keukenpersoneel als het bedienend personeel. Uiteraard zijn de prijzen voor deze uitgebreide service hoger. Een aantal van deze toprestaurants zijn onderscheiden met een Michelinster. Men kent een classificatie van 1 tot 3 Michelinsterren.

Zo is er voor iedereen in Nederland, maar ook voor de mensen die Nederland zakelijk of als toerist bezoeken, een passend restaurant dat aansluit bij zijn of haar behoeften.

Zelfbedieningsrestaurant. Zelfbedieningsrestaurants hebben als kenmerk dat de gast zelf langs het buffet loopt en daar een keuze maakt uit de gerechten. In de beginjaren van het zelfbedieningsrestaurant liep de gast met een plateau langs een uitgiftebuffet waar hij/zij de gerechten opschepte. Aan het eind van deze counter was de kassa waar werd afgerekend. Nu is dit uitgiftebuffet verdwenen en zijn er eilandbuffetten waar de gast langs kan lopen, zijn gerecht kan kiezen en aan het eind aan de kassa kan afrekenen. Zie de formule “La Place” van Vroom en Dreesmann. 
Een formule die in de jaren negentig werd geïntroduceerd, is eten en drinken voor een all-inprijs. De gast betaalt een van tevoren afgesproken bedrag en mag eten en drinken zoveel hij wil. Een bekend voorbeeld is het onbeperkt spareribs eten. Deze formule in de zelfbedieningswereld slaat redelijk goed aan en wordt ook gecombineerd met thema’s zoals bijvoorbeeld Italiaans, Japans en Chinees. Tegenwoordig zie je een groot aantal wokrestaurants of soortgelijke restaurants waar men tegen een all-inclusive prijs onbeperkt kan eten.

Traiteur. Niet iedere persoon heeft de behoefte in een horecabedrijf iets te eten of een feest te vieren. Maar het zelf bereiden van maaltijden kan ook problemen opleveren. Om in deze behoefte te voorzien, waren er als eerste de slagers die bij de mensen thuis fondueschotels kwamen bezorgen. Later leverden de slagers er ook koude buffetten bij. Toen dit thuisbezorgen, ook wel traiteurswerk genoemd, grotere vormen ging aannemen werd de horeca wakker geschud. De horeca ging ook schotels en koude buffetten leveren bij de mensen aan huis waardoor ze in hun eigen vertrouwde omgeving hun feestje konden vieren. Bij bepaalde horecabedrijven groeide de traiteursafdeling zo extreem dat ze zich ging specialiseren. Zo zijn er in Nederland traiteursbedrijven die alles leveren, van verplaatsbaar paviljoen met daarin vloerbedekking en planten tot en met luxe zesgangendiner als afsluiting van het bedrijfsfeest. Voorbeelden zijn Maison de Boer en Martinair Party Service.

Pannenkoekenhuis. Een pannenkoekenhuis is een typisch Nederlandse vorm van maaltijdverstrekking die we in het buitenland niet tegenkomen. Pannenkoekenhuizen zijn meestal gevestigd in toeristische centra, langs wandel- en fietsroutes in het bos of op de heide. Ze bieden een enorme variëteit aan hartige en zoete pannenkoeken. Het assortiment kan worden aangevuld met dranken en eetwaren zoals bijvoorbeeld koffie met gebak en belegde broodjes.

Lunchroom. Horecabedrijven kunnen op vrijwel alle plaatsen zijn gevestigd: in het bos, aan zee, in een drukke winkelstraat of op een industrieterrein. Op industrieterreinen of in drukke winkelstraten zijn in de avonduren weinig mensen. Horecaondernemers die hier zijn gevestigd, kiezen vaak voor een lunchroom waar tussen 12.00 en 15.00 uur de lunch wordt geserveerd. Tevens kunnen deze bedrijven de lunch in de vorm van belegde broodjes bij bedrijven afleveren. De tijd voor 12.00 uur en de tijd na 15.00 uur tot ongeveer 18.00 uur wordt aangevuld met de verkoop van koffie met gebaksoorten en frisdranken. Zeker op grote industrieterreinen ligt nog een markt open voor horecaondernemers die direct aan bedrijven leveren.

2.3 Drankverstrekkende bedrijven

Café. Cafés waren in de vroegere jaren en zijn ook nu nog, ontmoetingsplaatsen voor mensen in een dorp of een bepaalde wijk in een stad of stadscentrum. Er wordt onder het genot van een drankje gesproken met vrienden en bekenden. Maar er worden ook nieuwe contacten gelegd. De sfeer in een café wordt bepaald door de inrichting en muziekkeuze. Door de uitstraling van zijn bedrijf kiest de ondernemer voor een bepaalde doelgroep. Vroeger was het zo dat er in een café maar één biersoort werd verkocht. Tegenwoordig zijn er cafés die zijn gespecialiseerd op het gebied van bieren en een uitgebreid assortiment drank aanbieden. Hierdoor onderscheiden horecaondernemers zich op een markt van cafés die in Nederland erg groot is. In nieuwe en bestaande grote toeristencentra zijn grote Nederlandse horecagelegenheden actief. Dit zijn vaak onderdelen van ketenbedrijven die een bepaalde formule, zoals bijvoorbeeld onbeperkt spareribs eten, aanbieden.

Discotheek
Een café wordt bezocht door publiek dat wil praten. Een discotheek zal worden bezocht door mensen die naar muziek willen luisteren en dansen. Het zijn meestal jongeren die een discotheek bezoeken. Ook hier moet de horecaondernemer een muziekkeuze maken, omdat het aanbod aan muziek zeer groot is. Door het maken van deze keuze wordt weer een bepaald type jongeren aangetrokken. Om te zorgen dat jongeren de discotheek blijven bezoeken is de juiste muziekkeuze alleen niet voldoende. Een goede diskjockey is voor een discotheek goud waard. Hij kan de zaak doen volstromen met gasten. Bij het uitbaten van een discotheek is het interieur belangrijk. Het aanbrengen van lichtshows, rookinstallaties en moderne vormen in het meubilair zijn een noodzaak om de jongeren binnen te halen. Bovendien moet de inrichting regelmatig worden aangepast of vervangen, omdat de jeugd er snel op is uitgekeken en steeds op zoek is naar nieuwe elementen om in haar behoeften te voorzien. Momenteel kennen wij in een groot aantal steden megazaken met een veelvoud aan mogelijkheden.

Nachtclub
medewerksterNachtclubs zijn meestal luxe ingerichte horecabedrijven die openingstijden hebben van 20.00 uur tot 04.00 uur of nog later. Voor het betreden van nachtclubs gelden vaak kledingvoorschriften. Deze kledingvoorschriften worden bij de ingang door een portier gecontroleerd. Er worden in dit soort bedrijven vaak luxe dranken geserveerd. Uiteraard zijn de prijzen in verhouding met de geleverde service.

Bar
Een bar is gelegen in het uitgaanscentrum van een dorp of een stad. Ook hier speelt de muziekkeuze en de inrichting een belangrijke rol in het aantrekken van een bepaalde doelgroep. Veel bars zijn uitgebreid met een dansgelegenheid waar een diskjockey de muziek regelt. Bars kunnen ook gevestigd zijn in een hotel om zo de gasten wat ontspanning te bieden.

Tearoom
Tijdens het winkelen hebben mensen behoefte om even rustig te zitten. Hierin voorziet een tearoom. Deze biedt de mogelijkheid voor het drinken van koffie en thee gecombineerd met gebak. Veelal zijn dit soort gelegenheden gevestigd in banketbakkerijen. De inrichting is zo aangepast dat via de winkel het tearoomgedeelte wordt betreden. Bij het verlaten van de zaak moet de gast langs de vitrines met gebaksoorten waardoor dit uitnodigt tot koop van dit soort producten.

Bodega
In bodega’s worden alleen wijnen verkocht. Het is een type horecabedrijf dat vrij weinig in Nederland voorkomt, en over het algemeen alleen in de grote steden. In typische wijnlanden als Frankrijk, Spanje en Portugal zien we meer bodega’s. Een bodega trekt een zeer specifieke groep mensen. Deze groep is namelijk geïnteresseerd in wijn. Daarom moeten de ondernemer en zijn medewerkers een goede wijnkennis bezitten. Tevens kunnen bodega’s zich specialiseren in wijnen uit bepaalde wijnstreken, zodat ze zich onderscheiden van de collega’s en concurrenten. Vaak bestaat ook de mogelijkheid om bij de wijn kleine hapjes te nuttigen, zogenaamde tapas.

Koffiehuis
Het koffiehuis mogen we niet verwarren met de coffeeshop die in Nederland vanwege de drugshandel in een kwaad daglicht staat. Een koffiehuis is een vrij sober ingericht horecabedrijf. In de landen rond de Middellandse Zee dienen koffiehuizen als ontmoetingsplaats voor de plaatselijke bevolking. Toen veel mensen uit de gebieden rond de Middellandse Zee in de jaren zestig en zeventig naar Nederland zijn verhuisd, deden dit soort koffiehuizen hun intrede in Nederland. Ze dienen als ontmoetingsplaats voor de bevolking die zich hier heeft gevestigd. Er zijn ook de typisch Hollandse koffiehuizen. Deze zijn te vinden in de toeristische gebieden. Naast koffie worden ook andere dranken geschonken. Dit moet ook wel omdat alleen de verkoop van koffie niet rendabel is.

Buurt- en clubhuis en wijkcentrum
medewerksterEen buurthuis of wijkcentrum heeft in bepaalde wijken van een stad een sociale functie. De bevolking kan er terecht voor cursussen en ontspanning. Veelal is er in buurthuizen een horecagedeelte dat wordt beheerd door de stichting waartoe het buurthuis behoort. Het personeel bestaat meestal uit vrijwilligers. Het assortiment van dranken is zeer beperkt. Een clubhuis hoort vaak bij een sportvereniging. Ook hier wordt veel gebruikgemaakt van vrijwilligers. Omdat het beheer van een clubhuis vaak goede inkomsten oplevert voor de vereniging worden er vaak snacks als gehaktballen, frites en kroketten verkocht.
Het grote nadeel van buurt- en clubhuizen is dat ze zich al snel op het gebied van de paracommercie begeven, dat wil zeggen op commercie lijkend, halfcommercie. Dit geeft vaak problemen met de plaatselijke horecaondernemers die een behoorlijke geldstroom mislopen. Zeker in kleine dorpen en steden kloppen verenigingen vaak aan bij de plaatselijke instellingen voor sponsoring. Door paracommercieel bezig te zijn kan dit voor de vereniging financiële nadelen met zich meebrengen voor sponsoring. Sportkantines hebben zich ook gestort op consumptieverstrekkingen. Vaak kunnen sportverenigingen als voetbal-, hockey-, golf- en tennisclubs niet bestaan zonder dergelijke bronnen van inkomsten.

2.4 De detailhandel

Behalve door horecabedrijven wordt er ook alcoholhoudende drank verkocht via de detailhandel. Hierbij valt naast slijterijen, wijnwinkels en bierspeciaalzaken nog te denken aan supermarkten, die drank mogen verkopen met een laag alcoholpercentage (tot 15 vol. %), zoals bier, wijn, port, sherry en vermout. Tussen de horeca en de detailhandel zijn er grote verschillen. Zo is een belangrijk verschil dat de gekochte dranken in de detailhandel niet ter plekke mogen worden genuttigd. Tevens dienen de genoemde winkels zich te houden aan de winkelsluitingswet. Veel van deze zelfstandige ondernemers in de detailhandel zullen zich aansluiten bij een inkoopcentrale of een winkelketen. Dit heeft als voordeel dat er gezamenlijk wordt ingekocht, reclame wordt gemaakt en prijzen worden vastgesteld.

Slijterij. Een slijterij valt onder de groep detailhandel. Hier worden naast de zwak alcoholische dranken (dranken met een alcoholpercentage onder de 15 vol. %) ook sterk alcoholische dranken (dranken met een alcoholpercentage hoger dan 15 vol. %) verkocht. Hiertoe is een vergunning verleend door de gemeente waar de slijterij is gevestigd. De dranken dienen in een slijterij per fles te worden verkocht en mogen niet in de verkoopruimte worden genuttigd. Soms maakt een slijterij deel uit van een keten van bedrijven, vaak onder dezelfde naam en met een gecombineerde inkoop. Ketenslijterijen zijn vaak eigendom van een supermarktorganisatie. Door deze opzet kennen ze een scherpe prijsstelling. Sommige slijterijen organiseren ook wijnproefavonden.
Het grote verschil met een horecabedrijf is dat in horecabedrijven de dranken juist niet per fles mogen worden verkocht. De dranken dienen ter plekke te worden genuttigd. Slijterijen moeten zich houden aan de regels die in Nederland van toepassing zijn voor winkels, bijvoorbeeld de Winkelsluitingswet.

Wijnwinkel/wijnspeciaalzaak. Wijnwinkels/wijnspeciaalzaken verkopen enkel wijnen. Deze zaken hebben een uitgebreid assortiment wijnen, van goedkoop tot zeer duur. Beheerders hebben zich vaak gespecialiseerd in een bepaalde wijnstreek of een bepaald wijnland, wat tot uiting komt in het assortiment. Omdat de beheerder en zijn medewerkers een goede scholing hebben gehad op theoretisch en praktisch gebied, kunnen ze de kopers van dienst zijn met een goed advies. Wijnwinkels en wijnspeciaalzaken vallen ook onder de groep detailhandel. De wijnen die ten verkoop worden aangeboden zullen per fles moeten worden verkocht en mogen niet in de verkoopruimte worden genuttigd. Voor het proeven van de wijnen wordt echter een uitzondering gemaakt. Veel van dit soort bedrijven hebben naast de verkoopruimte nog een proeflokaal ingericht waar groepjes geïnteresseerden terecht kunnen voor lezingen, proeverijen en cursussen op het gebied van wijnen.

Bierspeciaalzaak. Vroeger had ieder dorp of elke stad in Nederland zijn eigen brouwerij. Door het steeds groter worden van enkele brouwerijen hebben de kleine brouwerijen moeten afhaken of zijn ze overgenomen waardoor de typische streekbieren zijn verdwenen. Dit had tot gevolg dat er een standaardbier ontstond, het pilsener. 

Ons buurland België heeft deze verandering in veel mindere mate meegemaakt. Kleine brouwerijen met hun typische bieren zijn gebleven. Doordat er in Nederland toch behoefte was aan wat anders dan alleen maar pilsenerbier werden de Belgische bieren geïntroduceerd. Door het grote succes zijn de Nederlandse brouwerijen op deze markt ingesprongen. Ze zijn speciaalbieren gaan ontwikkelen en produceren. Al deze verschillende biersoorten kunnen niet in een supermarkt worden verkocht. Maar ook slijters die bier als nevenproduct hebben, kunnen dit zeer uitgebreide assortiment niet voeren. Daardoor zijn de bierspeciaalzaken ontstaan. Zij bieden een uitgebreid assortiment binnen- en buitenlandse biersoorten. Bij sommige bedrijven kan dat oplopen tot over de honderd soorten. Bierspeciaalzaken vallen net als slijterijen en wijnwinkels onder de detailhandel. Dit heeft tot gevolg dat het bier per fles moet worden verkocht en dat het in de verkoopruimte niet mag worden genuttigd. Ook is hier de Winkelsluitingswet van toepassing.

Huiswerkvragen

Opdracht. In de plaats waar u woont wilt u een café beginnen. Werk een bedrijfsformule uit waarin de zes P’s duidelijk omschreven staan. Ga na, door middel van een macro- en microverkenning en een concurrentieanalyse, of de gekozen formule de juiste is.

Meerkeuzevragen
1. Noem een vorm van een logiesverstrekkend bedrijf.
 a. Café.
 b. Bistro.
 c. Pension.

2. Waar is een motel gevestigd?
 a. Aan de snelweg.
 b. In het centrum van een plaats.
 c. In een recreatiegebied.

3. Wat is het kenmerk van bungalowparken? 
 a. Ze bieden enkel overnachtingsmogelijkheden. 
 b. Ze bieden een totaalpakket aan servicemogelijkheden. 
 c. Ze bieden enkel een totaalpakket aan dranken.

4. Wat voor diensten worden er in een conferentiehotel verleend? 
 a. Drank-, logies- en maaltijdverstrekkende diensten. 
 b. Drank-, logies- en tijdschriftenverstrekkende diensten. 
 c. Financiële, drank- en hulpverstrekkende diensten.

5. Tot welke groep van bedrijven behoort een nachtclub?
 a. Tot de logiesverstrekkende bedrijven.
 b. Tot de maaltijdverstrekkende bedrijven.
 c. Tot de drankverstrekkende bedrijven.

6. Een vorm van een drankverstrekkend bedrijf is een:
 a. bodega.
 b. jeugdherberg.
 c. traiteur.

7. Wat wordt er in een bodega verkocht?
 a. Bier.
 b. Koffie.
 c. Wijn.

8. In welke soort gelegenheid komt paracommercialisatie vaak voor?
 a. In bars.         b. In club- en buurthuizen.        c. In nachtclubs.

9. Hoe hoog is het maximale alcoholgehalte van dranken die supermarkten mogen verkopen?
 a. 15 vol. % alc.
 b. 17 vol. % alc.
 c. 19 vol. % alc.

10. Door welke instantie wordt de vergunning voor een slijterij afgegeven?
 a. Door de gemeente.
 b. Door de provincie.
 c. Door de staat.

11. Waarom moet een bedrijfsformule duidelijk zijn geformuleerd?
 a. Om de doelgroep buiten al te laten zien dat het bedrijf past bij haar behoeften.
 b. Omdat duidelijkheid ervoor zorgt dat doelgroepen het horecabedrijf verlaten.
 c. Omdat duidelijkheid ervoor zorgt dat alle doelgroepen uit de samenleving binnengehaald kunnen worden.

12. Op welke manier moeten de dranken in de horeca verkocht worden?
 a. Per fles voor thuisgebruik.
 b. Per glas voor thuisgebruik.
 c. Per glas voor gebruik ter plaatse.

13. Welke punten geven ondersteuning aan het bedrijfsconcept?
 a. Muziek en gastenboek.
 b. Muziek en ruimteordening.
 c. Muziek en verlichting.

14. In een nieuwbouwwijk met relatief jonge gezinnen willen Cees en Chantal een horecabedrijf beginnen. Welk bedrijfstype ligt het meest voor de hand? Een …
 a. hotel. 
 b. specialiteitenrestaurant. 
 c. eetcafé.

15. Er zijn in de horeca een drietal hoofdgroepen, logies-, maaltijd- en drankverstrekkende bedrijven, welk is een vergaderoord? 
 a. Logiesverstrekkend. 
 b. Maaltijdverstrekkend. 
 c. Drankverstrekkend.

Antwoorden

Opdracht 
De cursist zal hier blijk moeten geven van zijn verworven kennis en inzicht om deze formule goed neer te kunnen zetten.

Meerkeuzevragen
1. C
2. A
3. B
4. A
5. C
6. A
7. C
8. B
9. A
11. A
12. A
13. C
14. C
15. A

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de beroepsopleiding Sociale Hygiëne dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 18