Basisopleiding Verpleegkundige

Proefles: Basisopleiding Verpleegkundige

Leuk dat je een proefles hebt aangevraagd! Met deze proefles krijg je een indruk van de Basisopleiding Verpleegkundige. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kunt ook vragen maken en deze zelf nakijken.


Lichamelijke, Psychische en maatschappelijke gezondheid

In jouw beroep zal voorlichting bijna altijd gaan over, of te maken hebben met gezondheid. In 1948 is door de World Health Organisation (Wereld Gezondheids Organisatie) benoemd wat 'gezondheid' is. Deze organisatie heeft een definitie voor gezondheid samengesteld, die sindsdien niet meer gewijzigd is.

Opleiding verpleegkundige



'Health is a state of complete physical, mental and social well-being and not merely the absence of disease or infirmity.' Bron: WHO Definition of Health (1948)

Betekenis van voorlichting, advies en instructie

In het Nederlands vertaald is deze definitie: 'Gezondheid is een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet alleen de afwezigheid van ziekte of gebrek.' Dat betekent dat niet alleen de afwezigheid van ziekte of gebrek tot gezondheid wordt gerekend, maar dat je je lichamelijk, geestelijk en sociaal ook goed moet voelen.

Voor het overzicht maken we onderscheid tussen de aspecten lichamelijke, psychische en maatschappelijke gezondheid - maar in werkelijkheid hoort het allemaal bij elkaar. Het vormt als het ware één geheel. Dat kun je merken, doordat wanneer er in één aspect een verandering optreedt, dat ook gevolgen heeft voor de andere aspecten.

Voorbeeld
Wanneer je een stevige griep krijgt, dan heb je nergens zin in en wil je het liefst alleen in bed liggen en niet gestoord worden.

Lichamelijke gezondheid

Lichamelijke gezond ben je als alle processen in je lichaam goed functioneren en samenwerken. Maar er is dus volgens de WHO nog meer: het gaat er ook om dat je lichaam in balans is met wat jij wilt en kunt. Je lichamelijke gezondheid hangt heel zichtbaar samen met je gedrag: voed je je op de juiste manier, heb je een goede rust/activiteiten balans? Verzorg je je lichaam ook goed? Leef je in een gezondheidsondersteunende omgeving - bijvoorbeeld een prettige kamer of een prettig huis met voldoende licht en lucht. Informatie over een persoon krijg je onder andere door je zintuigen te gebruiken: ogen; hoe is zijn lichaamshouding: rechtop, fier, of in elkaar gedoken; kan iemand normaal bewegen; hoe is de huidskleur? Oren; hoe klinkt iemand; kan hij of zij gewoon praten, of hoor je bijgeluiden (hijgen, raspen)? Neus; hoe ruikt iemand, een lekker frisse geur of ruik je dat iemand al heel lang niet gedoucht heeft? Tastzin; hoe voelt het lichaam: gewone temperatuur of veel te warm, is het lichaam soepel of stijf?

Psychische gezondheid

Psychische gezondheid gaat over je mentaal goed voelen; hoe je je voelt, wie je bent. Ook hier gaat het verder: ben je ook mentaal in balans met wat je wilt en wat je kunt. Psychische gezondheid is een breed en soms een beladen begrip. Een hele belangrijke graadmeter voor de psychische gezondheid is het gedrag en de beleving. Kun je de gewone dingen van alledag op een normale manier doen? Voel je je ontspannen? Heb je dromen? Weet je, dat wat jij als de werkelijkheid beleeft, ook overeenkomt met wat de mensen om je heen als werkelijkheid beleven? De psychische gezondheid is niet altijd gemakkelijk 'af te lezen' aan een persoon omdat het zich aan de binnenkant afspeelt. Wat je wel kunt zien, horen, ruiken en bevoelen (tasten, met je handen, je lichaam) is de buitenkant van de ander - het lichaam - en hoe deze persoon zich gedraagt. Belangrijk is dat je als verpleegkundige altijd vraagt naar hoe iemand iets beleeft, omdat wat je waarneemt mogelijk door jou verkeerd geïnterpreteerd kan worden. Je kunt niet in iemands binnenkant kijken!

Opleiding verpleegkundigeVoorbeeld
Je ziet een meisje op het perron van een station, ze loopt onrustig heen en weer, wrijft bij voortduring in haar handen, zucht regelmatig. Je zou kunnen denken dat ze zenuwachtig is. Je gaat naar haar toe, knoopt een praatje aan en komt erachter dat ze net uit een heel warm land terug is van vakantie en helemaal niet gewend is aan de koude temperatuur van dat moment. Ze probeert zich warm te krijgen door veel te bewegen en ze voelt zich verder ontspannen - want ze heeft een hele leuke vakantie gehad.

Sociale gezondheid

Sociale gezondheid gaat over de plaats die je inneemt tussen andere mensen (familie, vrienden, geliefden, collega's, medesporters, enzovoort). Heb je een eigen plek, word je door andere mensen bemind, heb je ook het gevoel dat je voor anderen iets kunt betekenen. En ben je daar tevreden over en voel je je ontspannen. Sociaal-economische aspecten spelen hierin een belangrijke rol: woon je in een leuke buurt, heb je een leuke vriendenkring, heb je een goede opleiding kunnen doen, heb je een baan waar je blij mee bent? Of moet je op een plek wonen, die een risico voor je gezondheid is - bijvoorbeeld aan de rand van een stad direct aan een drukke snelweg? Zoals je ziet zitten hier elementen in, waarop je niet direct greep hebt.

Voorbeeld
Het kan behoorlijke gevolgen hebben als het bedrijf waar je werkt de poorten sluit en jij opeens zonder werk zit. Of als er vanuit de provincie besloten wordt dat er een hoofdweg omgeleid gaat worden en dat jij voortaan aan een drukke doorgaande straat komt te wonen.

Wat 'gezond' is, bestaat uit vele elementen en gaat verder dan de afwezigheid van ziekte. Daar hebben we bij het geven van in voorlichting rekening mee te houden.

Waarom voorlichting, advies en instructie?

De gezondheidszorg is er niet alleen om zieke, verstoorde of gehandicapte mensen op te vangen, te behandelen en te begeleiden. Het is ook heel belangrijk om ziekte, handicap en stoornissen te voorkomen. Het voorkomen, het beletten, of ook: de preventie van ziekte, verstoring en gebrek is net zo belangrijk als ziekten behandelen. Eigenlijk nog belangrijker, want als je voorkomt dat iemand ziek wordt, hoef je hem of haar niet te behandelen of te begeleiden. Een heel belangrijk instrument in de preventie is natuurlijk het geven van voorlichting, om ervoor te zorgen dat mensen gezond blijven en dus niet ziek worden. We gaan ervan uit, dat als mensen weten wat ze kunnen doen om gezond te blijven, ze dat ook eerder zullen doen. Als je mensen voorlicht over hoe ze gezond kunnen leven, dan help je ze om gezond te blijven. Maar niet iedereen is gezond, er zijn ook veel mensen ziek of gehandicapt. Als verpleegkundige in de gezondheidszorg heb je te maken met mensen die minder gezond zijn, of minder gezond dreigen te worden, of een risico lopen om eerder dan anderen ongezond te worden. Mensen zijn ziek, of mensen dreigen ziek te worden als ze hun gedrag niet aanpassen, of ze zijn kwetsbaar omdat ze nog niet voldoende weten, zoals bijvoorbeeld kinderen. In al deze gevallen moeten mensen iets (gaan) doen om weer gezond te worden of gezond te blijven. Hier speelt voorlichting, advies en instructie een belangrijke rol in. Door voor te lichten, krijgen mensen meer kennis en inzicht hoe je ervoor zorgt om gezond te worden of gezond te blijven. Hoe gezonder, des te minder beroep men hoeft te doen op de gezondheidszorg en door goed voor te lichten hoeven mensen niet lang in een ziekenhuis te blijven.

Micro-, meso- en macroniveau

Voorlichting wordt gegeven op drie niveaus: microniveau: gericht op één persoon; mesoniveau: gericht op een groep mensen (bijvoorbeeld een gezin, of een buurt); macroniveau: gericht op een hele grote groep mensen (de maatschappij, de wereld). Deze niveau-indeling geeft aan wat de schaal van de voorlichting is: hoeveel mensen zijn er bij betrokken.

Primaire, secundaire en tertiaire preventie

Gelet op het doel van de voorlichting wordt er onderscheid gemaakt in primaire, secundaire en tertiaire preventie. Primaire preventie heeft tot doel gezonde mensen te helpen gezond te blijven. Secundaire preventie heeft tot doel (groepen) mensen die een gezondheidsrisico hebben te helpen gezond te blijven. Tertiaire preventie heeft tot doel zieke mensen te helpen om zo goed mogelijk met hun ziekte of handicap te leven en verslechtering te voorkomen. Er wordt niet geprobeerd om iemand beter te maken, omdat dat niet meer kan. Denk bijvoorbeeld eens aan zorgvragers met suikerziekte. Door het volgen van goede leef- en eetregels en het goed doseren van insuline wordt geprobeerd om zo goed mogelijk het gezonde in stand te houden. Zo kunnen zij zo zelfstandig mogelijk functioneren en kunnen ze (binnen hun beperkingen) nog een kwalitatief goed bestaan hebben. Een ander voorbeeld is de informatieve campagne van de Hersenstichting "Leven na een beroerte". Mensen worden geïnformeerd over de gevolgen van een hersenaandoening, die we beroerte noemen. Vroeger of later kunnen deze zorgvragers te maken krijgen met stoornissen in het denken, de emotie, taal en het gedrag. Deze campagne informeert over hulp die hierbij te krijgen is.

Je lichamelijke gezondheid hangt heel zichtbaar samen met je gedrag: voed je je op de juiste manier, heb je een goede rust/activiteiten balans? Verzorg je je lichaam ook goed? Leef je in een gezondheidsondersteunende omgeving - bijvoorbeeld een prettige kamer of een prettig huis met voldoende licht en lucht. Informatie over een persoon krijg je onder andere door je zintuigen te gebruiken:

  • Ogen; hoe is zijn lichaamshouding: rechtop, fier, of in elkaar gedoken; kan iemand normaal bewegen; hoe is de huidskleur?
  • Oren; hoe klinkt iemand; kan hij of zij gewoon praten, of hoor je bijgeluiden (hijgen, raspen)? Neus; hoe ruikt iemand, een lekker frisse geur of ruik je dat iemand al heel lang niet gedoucht heeft?
  • Tastzin; hoe voelt het lichaam: gewone temperatuur of veelte warm, is het lichaam soepel of stijf?

Je beroepshouding als verpleegkundige

Inleiding

Van een verpleegkundige wordt een bepaalde houding verwacht ten opzichte van de mensen met wie gewerkt wordt: collega's, zorgvragers, mantelzorgers, enzovoort. Om goed in je werk te zijn is meer nodig dan vakkennis. Er wordt een bepaalde beroepshouding van je verwacht. Onder het begrip beroepshouding verstaan we de houding waarover je in je beroep dient te beschikken om je beroep goed te kunnen uitvoeren. Het gaat dus vooral over de manier waarop je je beroep uitoefent en hoe je bij anderen overkomt en welke verwachtingen er wat dat betreft zijn vanuit de beroepsgroep van verpleegkundigen. Je beroepshouding komt op heel veel verschillende manieren tot uitdrukking, bijvoorbeeld in hoe je omgaat met de zorgvragers, maar ook in hoe je omgaat met je collega's en in de manier waarop je je taken oppakt. Hoe ga je om met kritiek van leidinggevenden? Hoe reageer je op nieuwe plannen en voorstellen? Het zijn zaken die ertoe doen als je in de zorg werkt. Als je je tuin wilt laten opknappen, verwacht je van de tuinman dat hij weet welke planten in de zon kunnen staan en welke planten schaduw nodig hebben. Je kiest een tuinman vooral vanwege zijn vakkennis. Je maakt je veel minder druk over wat voor persoonlijkheid de tuinman heeft. Maar als je in het ziekenhuis ligt, of als je thuiszorg nodig hebt, dan is de persoonlijkheid van de mensen die je helpen wel heel belangrijk. Ontbreekt een goede beroepshouding, is een zorgverlener kil en afstandelijk, dan voel je je niet thuis. Mogelijk heb je dan zelfs geen vertrouwen in de deskundigheid van de zorgverlener.


Verpleegkundige

Figuur 19.1 Beroepscode voor verpleegkundigen

Aspecten van een houding

Een houding, ook een beroepshouding, omvat altijd drie aspecten:

  • gevoelsmatig aspect: je houding wordt bepaald door het gevoel dat de ander bij je oproept;
  • verstandelijk aspect: je houding wordt bepaald door wat je van de ander weet;
  • ethisch aspect: je houding wordt bepaald door wat jij wel en niet belangrijk vindt, door dat gene waaraan je waarde hecht.

Voorbeeld
Simone gaat voor het eerst BPV lopen in een verpleeghuis. De BPV-coördinator van haar school heeft haar informatie en tips gegeven. Zo wordt in dit verpleeghuis nogal wat waarde gehecht aan etiquette, aldus de BPV-coördinator. Eerst weet Simone niet goed wat daarmee wordt bedoeld. De BPV-coördinator. Eerst weet Simone niet goed wat daarmee wordt bedoeld. De BPV-coördinator legt het haar uit. Er wordt veel belang gehecht aan correcte omgangsvormen, zoals ouderen met 'u' aanspreken, jezelf voorstellen enzovoort. Omdat Simone graag een goede indruk wil maken deze eerste dag, besteedt ze extra tijd aan haar uiterlijk en kleding. Toch vindt ze het moeilijk een keus te maken, ze kent het verpleeghuis immers helemaal niet. Als ze zich om acht uur bij de receptie meldt - volgens afspraak - komt even later haar praktijkbegeleider haar ophalen. Deze stelt zich voor met ‘Wina Roelvink.’ Onzeker vraagt Simone zich af of dit betekent dat ze h aar mag tutoyeren. Ze besluit het zekere voor het onzekere te nemen en het toer maar op 'mevrouw' en 'u' te houden. Als ze echter vraagt: 'Werkt u hier al lang?' reageert haar praktijk begeleider nogal verbouwereerd. 'Je hoeft geen u tegen mij te zeggen hoor.'

De houding van Simone in deze situatie kun je omschrijven als onzeker en voorkomend: ze wil een goede indruk maken. Haar houding wordt beïnvloed door de volgende aspecten.

  • Gevoelsmatig aspect: het gevoel dat de nieuwe situatie en haar praktijkbegeleider bij haar oproepen, ze neemt het zekere voor het onzekere.
  • Verstandelijk aspect: datgene wat zij van het verpleeghuis en haar praktijkbegeleider weet. In deze situatie gaat zij vooral af op wat de BPV-coördinator haar verteld heeft.
  • Ethisch aspect: datgene wat zij wel en niet belangrijk vindt, de dingen waaraan zij waarde hecht. In deze situatie is duidelijk dat Simone waarde hecht aan een goede indruk.

Uitgangspunten voor de beroepshouding

Het is duidelijk dat je in je latere beroep niet helemaal vrij bent in je houding. Belangrijk is daarom de vraag: hoe moet de beroepshouding van verpleegkundigen een verzorgenden er uitzien? Voordat we antwoord geven op deze vraag bespreken we eerst de uitgangspunten van de beroepshouding. Basis voor de beroepshouding in de zorgverlening is dat je de zorgvrager als gelijkwaardig medemens beschouwt en zijn waardigheid en eigen verantwoordelijkheid als uitgangspunt neemt. Dit betekent dat je de zorgvrager in zijn waarde laat en nooit beslissingen voor hem mag of kunt nemen. Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn eigen keuze en beslissingen. Natuurlijk is dat soms lastig. Wat als een zorgvrager zich niet aan zijn leefregels wil houden? Wat als hij het helemaal niet nodig vindt in bad te gaan? In talloze situaties kunnen zich dilemma's voordoen. Ook in die situaties zijn de wensen en behoeften van de zorgvrager uitgangspunt. De zorgvrager beslist in principe zelf en moet binnen de zorgverlening de ruimte krijgen om zelf te kiezen. Zorg of hulp opdringen mag pas als in het zorg- of verpleegplan is vastgelegd dat dit bij deze zorgvrager is toegestaan. In bijvoorbeeld de psychiatrie en in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking kun je hiermee te maken krijgen. In de meeste gevallen is dit echter niet aan de orde en moet je de waardigheid en de eigen verantwoordelijkheid van de zorgvrager als uitgangspunt nemen van je beroepsmatige handelen. Zo'n uitgangspunt dien je overigens ook voor jezelf te hanteren: het is belangrijk om ook je eigen behoeften en verantwoordelijkheden serieus te nemen. De beroepshouding omvat in de zorgverlening de volgende aspecten:

  • respect tonen;
  • inlevingsvermogen
  • (empathie); openstaan voor;
  • echtheid: eigen gevoelens en emoties respecteren;
  • betrokkenheid: werk en privé gescheiden houden;
  • verantwoordelijkheid dragen voor eigen taken;
  • kunnen handelen;

Vragen:

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Maak dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

  1. Wat is de Nederlandse definitie van ‘gezondheid’ volgens de World Health Organisation (Wereld Gezondheids Organisatie)?

  2. a. Tussen welke aspecten van gezondheid wordt er onderscheid gemaakt?
    b. 
    Hoe komt het dat deze aspecten bij elkaar horen en een geheel vormen?

  3. In je latere beroep als verpleegkundige ben je niet helemaal vrij in je houding. Noem 5 uitgangspunten van de beroepshouding in de zorgverlening.

Hoe studeer je bij het NTI?

Dankzij het nieuwe studeren bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren is de ideale combinatie tussen online en klassikaal onderwijs. De onderstaande video laat je het nieuwe studeren zien.

Studeren bij NTI


Antwoorden:

 

  1. Gezondheid is een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn en niet alleen de afwezigheid van ziekte of gebrek.

  2. a. Lichamelijke, psychische en maatschappelijke gezondheid.
    b. Deze aspecten vormen een geheel, omdat ze invloed op elkaar hebben. Wanneer er in één aspect een verandering optreedt, heeft dat vaak ook gevolgen voor de andere aspecten. 

  3. De volgende 8 uitgangspunten zijn juist:
    - respect tonen;
    - inlevingsvermogen (empathie); 
    - openstaan voor; 
    - echtheid: eigen gevoelens en emoties respecteren; 
    - betrokkenheid; werk en privé gescheiden houden; 
    - verantwoordelijkheid dragen voor eigen taken; 
    - kunnen handelen; 
    - geduld oefenen

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de Basisopleiding Verpleegkundige dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze digitale leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je cursus of opleiding!


1 / 1