Basisopleiding Pedagogisch medewerker kinderopvang

Wil je graag werken met kinderen?

Met deze proefles krijg je een indruk van de Basisopleiding Pedagogisch medewerker kinderopvang van het NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles.

Waarom een basisopleiding?
De basisopleidingen zijn gerichte opleidingen, maar minder breed van opzet dan de mbo-opleidingen van het NTI MBO-College. Tijdens de basisopleiding volg je een aantal vakken van de volledige mbo-opleiding. De basisopleidingen zijn binnen korte tijd af te ronden zodat jij snel een goed beeld hebt van de volledige mbo-opleiding.


Specifieke instellingsgerichte programma's

Deze programma's richten zich op één of een klein aantal ontwikkelingsgebieden, meestal taal. Zij worden uitgevoerd in peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en in het basisonderwijs. Er zijn 3 soorten. Specifieke instellingsgerichte programma's:

  • taalstimuleringsprogramma’s
  • stimulering aanvankelijk rekenen: SamenRekenen
  • stimuleringsprogramma's sociaal-emotionele ontwikkeling

Taalstimuleringsprogramma's
Er zijn veel taalstimuleringsprogramma's. Bij sommige programma's zijn meerdere instellingen betrokken zoals de bibliotheek, het consultatiebureau en centra voor kunstzinnige vorming. Bij sommige programma's worden de ouders intensief betrokken, bij andere niet.

Taalstimuleringsprogramma's:

  • Boekenpret
  • Ik ben Bas
  • Jan Klaassen gaat op stap
  • Peuterpraat en kinderklanken
  • SamenTaal
  • Speeltaal
  • Voortouw
  • Z@ppflat-pakket

'Boekenpret' is een programma dat het voorlezen van kinderen tot 6 jaar bevordert, zowel op het kindercentrum als thuis. Ouders lenen boeken om ze thuis met hun kinderen te lezen. Zowel voor ouders als voor kinderen worden activiteiten georganiseerd. De ouders worden bij hun activiteiten thuis met de kinderen ondersteund.

Pedagogisch werkers en leerkrachten werken binnen het programma aan hun eigen des­kundigheid met betrekking tot lezen en taalontwikkeling.
Bij de uitvoering van Boekenpret zijn verschillende instellingen betrokken:

  • consultatiebureaus, die voorleesprojecten organiseren voor ouders van baby's en jonge peuters;
  • bibliotheken, die de uitleen en het lezen van boeken door ouders bevorderen;
  • peuterspeelzalen;
  • basisscholen;
  • centra voor kunstzinnige vorming.

'Jan Klaassen gaat op stap' is een programma voor peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Het bestaat uit een cyclus van twintig thema's en beslaat een periode van twee jaar. Elk thema bestrijkt ongeveer 3 weken. Eerst is er een poppenkastvoorstelling, omdat kinderen met poppen goed bereikt kunnen worden. De pedagogische werkers spelen het poppenspel samen met de kinderen.

De volgende twee weken zijn er allerlei activiteiten rondom het thema. De activiteiten staan in een map. Na twee weken wordt dezelfde poppenkastvoorstelling opgevoerd maar nu in het bijzijn van de ouders. Na afloop wordt de voortgang besproken en krijgen de ouders tips mee naar huis.


boeken-pret

Boekenpret bevordert het voorlezen

Stimulering aanvankelijk rekenen: Samen rekenen
'SamenRekenen' is een programma voor peuters en hun ouders in achterstandssituaties. Het zijn spelactiviteiten voor ouders en kinderen die door middel van taal de rekenkundige inzichten bevorderen. Daarmee wordt ook de taalontwikkeling bevorderd. Het doel voor het kind is een betere start in het basisonderwijs. Het doel voor de ouder is de interactie met het kind te bevorderen.

Het programma is een aanbod van losse activiteiten. Spelenderwijs leren kinderen en wordt hun ervaringswereld en die van hun ouders vergroot. De activiteiten gaan bijvoorbeeld over onderwerpen als 'is mijn voet groter of kleiner dan die van een reus?' Of, wat betekent 'pak hetzelfde?' of 'Waar is het midden van iets?'

Stimuleringsprogramma's sociaal-emotionele ontwikkeling
Programma's voor de sociaal-emotionele ontwikkeling hebben veel verschillende vormen. Er zijn bijvoorbeeld boeken met spelactiviteiten, rollenspelen voor kleuters, koffertjes met materialen, draaiboeken, cursussen, werkboeken en lessen. Elke methode is anders, in verschillende situaties en voor verschillende doelgroepen te gebruiken. Hieronder enkele geschikte programma's voor jonge kinderen.

'Monsterkoffertje voor de onderbouw' zijn interactieve koffertjes voor de ontwikkeling van jonge kinderen. Ze bestaan uit een set van twee koffertjes: één met 21 losse platen en één met T-shirt met een monster erop. De platen vertellen een verhaal over Frank die overal enge monsters ziet. Met het T-shirt aan kunnen kinderen spelen, een rollenspel doen, lezen of wat zij verder ook maar willen.

'Kleuters en .... omgaan met elkaar' is een trainingsprogramma voor de eerste opvang van jonge kleuters. Aan de hand van een doorlopend verhaal wordt aan kleine groepen kinderen spelenderwijs een aantal sociale basisvaardigheden aangeleerd. Er zitten ook acties in die zij thuis en in de groep moeten uitvoeren. Onderwerpen zijn: leren omgaan met je eigen gevoelens en die van een ander, leren luisteren en duidelijk leren spreken.

‘Een doos vol gevoelens’ is een spellendoos voor peuters en kleuters. Er zitten onder andere situatieplaatjes, vingerpopjes, maskers, een knip- en plakboek en een handleiding in. De doos heeft als doel kinderen om te leren gaan met de vier basisgevoelens: blij, boos, verdrietig en bang.

Programma's voor kinderen met beperkingen of opgroeiproblemen
Er zijn drie programma’s voor de ontwikkeling van kinderen met een verstandelijke beperking. Daarnaast wordt een aantal programma's voor kinderen met gedrags- en opgroeiproblemen genoemd. De meeste van onderstaande programma’s worden niet in de normale kindercentra uitgevoerd. Misschien krijg je er zijdelings mee te maken als een kind uit jouw groep in een dergelijk programma zit. Om deze reden behandelen we ze hier. Je kunt eventueel richtlijnen krijgen voor de omgang met een kind dat in zo'n programma zit.

Programma's voor kinderen met verstandelijke beperkingen, gedrags- en opgroeiproblemen:

  • de Feuersteinmethode
  • Kleine Stapjes
  • PortageProgramma Nederland
  • STOP-programma
  • VRIENDEN
  • Minder boos en opstandig

De Feuersteinmethode
De Feuersteinmethode is een methode om kinderen met een ontwikkelingsachterstand te stimuleren in hun leervaardigheden. De methode kan worden uitgevoerd door leerkrachten, maar ook door ouders. In peuterspeelzalen en kinderdagverblijven hij moeten worden aangepast.

Het kind krijgt vaardigheden aangeboden waardoor het beter en zelfstandiger leert denken. De ouder of leerkracht fungeert als 'mediator' (bemiddelaar) tussen het kind en zijn denkvermogen. Mediëren is: de gedachtenwereld van het kind volgen. Als een kind een vraag stelt, geeft de ouder niet rechtstreeks antwoord. Hij stimuleert het kind om zelf iets te bedenken.

Er zijn verschillende oudercursussen waar ouders kunnen leren de Feuersteinmethode thuis te gebruiken. Met ouders worden bijvoorbeeld de volgende onderwerpen behandeld: Hoe leer ik mijn kind vergelijken? Hoe leer ik mijn kind classificeren? Hoe leer ik mijn kind selectief waarnemen en planmatig werken? Hoe kan ik de waarneming en het voorstellingsvermogen van mijn kind trainen?

Kleine Stapjes
Kleine Stapjes is bedoeld voor ouders van kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Het programma biedt praktische richtlijnen om de kinderen in hun muisomgeving een gerichte, alerte opvoeding te geven. Het kan ook worden gebruikt door pedagogisch werkers en kleuterleidsters.

Kleine Stapjes kan flexibel worden gebruikt, als een vraagbaak om van tijd tot rijd te worden geraadpleegd of als een complete doe-het-zelf handleiding.

Portage Programma Nederland
Met het Portage Programma Nederland (PPN) worden gezinnen met kinderen van 0 tot 6 jaar begeleid bij (dreigende) opvoedingsproblemen. De opvoedingsproblemen hangen samen met de ontwikkeling van het kind of met de omgang met het kind. Uitgangspunt is dat er dagelijks aandacht is voor positieve communicatie tussen ouder en kind in de vorm van een spellertje. Zo leert het kind spelenderwijs de dingen die moeilijk zijn. Bij het programma hoort onder meer een vaardighedenlijst met 580 vaardigheden.

De vaardigheden zijn verdeeld over zes ontwikkelingsdomeinen:

  • vroege ontwikkeling
  • sociale ontwikkeling
  • zelfredzaamheid
  • taalontwikkeling
  • motorische ontwikkeling
  • cognitieve ontwikkeling

De lijst volgt de normale ontwikkelingslijn van kinderen.

STOP-programma
STOP staat voor Samen sterker Terug Op Pad. Het is een (preventief) programma voor kinderen van vier tot zeven jaar met gedragsproblemen. Het bestaat uit een kindtraining en een oudertraining.
Kinderen leren sociaal-cognitieve vaardigheden als probleemoplossing, zelfcontrole, vragen om mee te mogen spelen, omgaan met groepsdruk en omgaan met weigering.

Ouders leren opvoedingsvaardigheden. Daarbij wordt de ouders zo min mogelijk uit handen genomen. De training wordt aangevuld met huisbezoeken en telefonische contacten en begeleiding. Ook wordt er met de leerkrachten gewerkt. Zij krijgen naast trainingen ook theorie.

VRIENDEN
VRIENDEN is een individuele interventie of groepsinterventie voor jeugdigen van 7 tot en met 16 jaar die last hebben van angststoornissen en depressieve klachten. In tien bijeenkomsten leert een kind vaardigheden en technieken om de angst of depressie aan te pakken. Voor de ouders zijn er vier bijeenkomsten. Het kan ook als preventieprogramma worden gebruikt voor groepen.

Minder boos en opstandig
Minder boos en opstandig is een behandelprogramma voor kinderen van 8 tot 12 jaar met een agressieve of opstandige gedragsstoornis. Deze gaat eventueel gepaard met ADHD. Het programma is ook op de ouders gericht. Het doel is vermindering van het probleemgedrag van het kind door de opvoedingsvaardigheden van de ouders en de sociale vaardigheden van de kinderen te verbeteren.

10.5.3 Stimuleringsprogramma's voor oudere kinderen en tieners
Ook voor oudere schoolkinderen en voor tieners zijn er stimuleringsprogramma's. De volgende twee programma’s zijn voor het onderwijs ontwikkeld, maar met aanpassingen wel te gebruiken in buurthuizen, buitenschoolse opvang en tieneropvang. Soms worden ze in samenwerking met het onderwijs uitgevoerd.

Stimuleringsprogramma's voor oudere kinderen en tieners:

  • De gezonde school en genotmiddelen
  • Taakspel
  • PAD

De gezonde school en genotmiddelen
De gezonde school en genotmiddelen richt zich op de preventie van het gebruik van genotmiddelen door scholieren van 10-18 jaar. Het project helpt scholen een genotmiddelenbeleid te ontwikkelen en uit te voeren.

Taakspel
Taakspel is een universeel preventieprogramma. Het bestaat uit een groepsgerichte aanpak voor leerlingen van groep 4 en 5 van het basisonderwijs (7-9 jaar), waarbij leerlingen middels een spel leren zich beter aan regels te houden. Doel is het verbeteren van taakgericht gedrag en het verminderen van regelovertredend gedrag. Bovendien wordt met het programma de sfeer verbeterd. Uiteindelijk doel is beginnend probleemgedrag in een vroeg omwikkelstadium te verminderen en om te buigen in positiever gedrag.

Programma Alternatieve Denkstrategieën (PAD)
Met het Programma Alternatieve Denkstrategieën wordt de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen tussen 6 en 12 jaar gestimuleerd. Er is ook een versie voor 4- en 5-jarigen.

PAD wordt ook uitgelegd als 'Proberen Anders te Denken'. In de lessen sociaal-emotionele vorming wordt geprobeerd kinderen te leren om zelf hun problemen op te lossen. De kinderen leren met elkaar samen te spelen, samen te werken, vriendschappen te sluiten, elkaar te helpen, ruzies op te lossen, elkaar complimenten te geven, enzovoort. Het project leert de kinderen probleemoplossend denken. Het programma is over een aantal jaren gespreid.

PAD staat ook voor 'schildpad'. Het is een techniek die kinderen aangeleerd wordt die moeite hebben om bij emoties als boosheid hun zelfcontrole te bewaren. Het kind stelt zich voor dat hij een zelfde schild als een schildpad om zich heen heeft. Hij trekt zich daar bij boosheid of drift in terug. In thema 20 over opvoedingsvaardigheden komen we hier nog op terug.

Er zijn nog veel meer stimuleringsprogramma's. Op de site van het Nederlands Jeugdinstituut kun je ze vinden.

Thema 11 Opvoeden
Opvoeden doen we heel vanzelfsprekend. Het hoort bij kinderen krijgen en met kinderen omgaan. En dat doen we bijna allemaal. Toch is het goed eens stil te staan bij wat opvoeden eigenlijk is en wat er allemaal bij komt kijken. Daar gaat dit thema over. Je leest over invloeden op het opvoeden, basisregels voor het opvoeden, opvoedmiddelen en -methoden. En je leest wat opvoeden eigenlijk is.

Invloeden op het opvoeden
Alles heeft invloed op de opvoeding en elke opvoeding heeft invloed op kinderen. Je zet niet ineens een knop om van 'nu ga ik even opvoeden'. En een kind sluit zich niet zo nu en dan even af van alle invloeden. De omgeving, de mensen in de omgeving van het kind en opvoeders hebben op elk moment en elke plaats invloed op kinderen. In die zin is opvoeden dus het bewust of onbewust beïnvloed van de ontwikkeling.
Invloeden op je manier van opvoeden:

  • ideeën, wensen en idealen
  • je persoonlijkheid
  • je eigen opvoeding
  • de samenleving
  • lezen, praten en voorbeelden zien

Ideeën, wensen en idealen
Opvoeden gebeurt altijd vanuit de ideeën, wensen en idealen die je hebt. Die kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • ontdekken en ontwikkelen van de eigen persoonlijkheid;
  • omwikkelen tot een verantwoordelijk en zelfstandig mens;
  • ontwikkelen tot een sociaal mens;
  • ontdekken waar een kind plezier aan beleeft en dat verder ontwikkelen;
  • ontdekken wat de wereld te bieden heeften daar gebruik van leren maken;

Je persoonlijkheid
Niet alleen hoe jij als persoon dénkt heeft invloed op je manier van opvoeden. Ook hoe je persóónlijkheid is, heeft invloed op kinderen. Ben jij onzeker van jezelf dan zul je dat voor een deel ook overdragen op de kinderen. Ben jij vrolijk en uitgelaten dan heeft dat een ander effect op kinderen dan wanneer jij een rustig en meer introvert mens bent. Dit zegt dus niets over of jouw persoonlijkheid een positieve of negatieve invloed op kinderen heeft. Het gaat erom dat je jouw persoonlijke eigenschappen kent en bewust inzet in de opvoeding.

Je eigen opvoeding
Een grote invloed op je manier van opvoeden heeft je eigen opvoeding. Het opvoedgedrag van je ouders krijg je heel vanzelfsprekend mee. Je kopieert dat vaak onbewust. Op basis van de ervaringen in je eigen opvoeding zul je vast wel eens nadenken over hoe jij wilt opvoeden. Het is moeilijk om het voorbeeldgedrag van je ouders objectief te beschouwen en daar bewust delen wel en niet van over te nemen. Dat komt omdat jezelf het product van die opvoeding bent. Anderen zien vaak scherper dan jijzelfde invloed die je eigen opvoeding op jou gehad heeft. Maar het is wel heel belangrijk om na te denken over je eigen opvoeding. Dat maakt je bewust van waarom je bent zoals je bent. Als je je daar bewust van bent, kun je jezelf ook beter 'hanteren' in de omgang met kinderen.

De samenleving
De wensen en idealen die je als opvoeder hebt, worden ook beïnvloed door de maatschappij waarin je leeft. In elke samenleving gelden weer andere opvoedingsidealen. In de ene samenleving wordt onderscheid gemaakt in de opvoeding van jongens en meisjes, en in de andere niet. In de ene samenleving staat de gemeenschapszin op de voorgrond en in een andere de persoonlijke ontwikkeling.

Lezen, praten en voorbeelden zien
Lezen, praten en anderen zien opvoeden hebben eveneens invloed op hoe jij opvoedt. Hierdoor kun je je eigen ervaringen beter objectiveren en beter hanteerbaar maken. Je krijgt misschien een andere zienswijze en je leert andere middelen en methoden te gebruiken.

Het is belangrijk dat je je bewust bent van deze invloeden om bewust na te kunnen denken over hoe je als opvoeder bent en wat je als opvoeder wilt bereiken. Stel jezelf eens de vraag hoe je bent en hoe je zou willen zijn. En werk aan het verschil daartussen. Denk na over hoe je opvoeddoelen omzet in een aanpak van de kinderen. Tijdens je opleiding denk je daarover na, maar ook in de praktijk blijft dat steeds terugkomen. Soms loop je tegen jezelf aan. Je denkt: waarom reageer ik nu zo? Op dat moment is het goed om bij jezelf na te gaan of misschien één van bovenstaande punten invloed op je heeft.


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de Basisopleiding Pedagogisch medewerker kinderopvang dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze digitale leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 1