Proefles: Kindercoach

Bied kinderen hulp als kindercoach

Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Kindercoach van NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles!

1.9 Socialiseren door belonen en straffen

Kinderen leren niet alleen door imiteren wat gewenst gedrag is. Een kind leert zich ook in de wereld te handhaven doordat ouders en andere mensen bepaald gedrag stimuleren en ander gedrag afremmen. Een van de onderzoekers die zich heeft verdiept in het effect van belonen en straffen is de psycholoog Burrhus Frederic Skinner. Hij heeft veel invloed gehad op het denken over gedrag van zowel mens als dier.

Skinner deed veel onderzoek naar het proces van operant conditioneren. Hierbij wordt een link gelegd tussen gedrag en de consequenties van dat gedrag. Skinner ging ervan uit dat de consequenties van het gedrag van invloed zijn op de kans dat het gedrag in de toekomst weer zal worden vertoond. Een kind dat wordt beloond voor bepaald gedrag zal dat gedrag volgens Skinner waarschijnlijk vaker vertonen. Wanneer een kind daarentegen wordt gestraft voor bepaald gedrag, zal het waarschijnlijk minder snel zijn geneigd om dit gedrag opnieuw te laten zien.

Gedrag hoeft niet altijd te worden beloond of afgestraft door andere mensen. Ook de omgeving en natuurwetten kunnen een handje helpen. Wie bijvoorbeeld een bal recht boven zijn hoofd omhoog gooit, krijgt deze daarna op zijn hoofd. Dat doet pijn (consequentie). De kans dat diegene de bal voortaan op dezelfde manier omhoog gooit, is daardoor kleiner geworden. Als iemand schuin gaat hangen op de fiets en er vervolgens afvalt (consequentie), is de kans kleiner dat diegene dit nog eens zal doen.

De zwaartekracht heeft in dit geval gezorgd voor een 'straf'. Toch oefenen ouders door het belonen en ontmoedigen van gedrag wel een belangrijke invloed uit op het (sociale) gedrag van hun kind. Onder andere op deze manier leert een kind welk gedrag door de maatschappij wordt gewaardeerd. Hoewel de theorie van het operant conditioneren niet per definitie een sociale theorie is, behandelen we deze daarom toch in dit hoofdstuk over de sociale ontwikkeling. Aan het einde van de paragraaf maken we de koppeling tussen straffen en belonen en de opvoeding.

Hoe werkt operante conditionering? Dit is goed te illustreren aan de hand van een bekend experiment dat Skinner uitvoerde. Er werd een rat in een kooi gezet. In de kooi bevond zich een hendel. De rat was vrij om te doen en laten wat hij wilde. Hij kon op de hendel drukken, maar dit ook laten. Wanneer de rat op de hendel drukte, gebeurde er iets: hij kreeg wat te eten.

De rat bewoog zich in de kooi en drukte misschien per ongeluk op de hendel. Er kwam wat lekkers uit. Dan drukte de rat misschien nog een keer zomaar op de hendel. Weer kreeg hij wat te eten. Het bleek dat de rat op een gegeven moment steeds vaker en in een sneller tempo op de hendel ging drukken. Het effect van het gedrag (het eten dat tevoorschijn kwam) had invloed op het vertonen van het gedrag (de rat drukte steeds vaker op de hendel)

muis

Schematische weergave van een Skinner-box.
Vrij naar Bron: Brysbaert, M., Psychologie, Academia Press.
Skinner noemde het eten een bekrachtiger. Een bekrachtiger zorgt ervoor dat de kans wordt vergroot dat het gedrag vaker voorkomt, dus in geval van het voorbeeld dat de rat vaker op de hendel gaat drukken. Daarentegen zorgt straffen dat het gedrag in de toekomst waarschijnlijk minder vaak zal voorkomen.

Belangrijk bij operant conditioneren is dat een persoon, of in ons geval een kind, ervoor kan kiezen om het gedrag al dan niet te vertonen. De rat die op de hendel drukte, had er ook voor kunnen kiezen om niet op de hendel te drukken. Dit is een van de redenen waarom het geen zin heeft om een kind dat stottert te straffen. Stotteren heeft een kind niet onder controle. Het kan er niet bewust voor kiezen om voor de verandering een dag niet te stotteren. Straffen heeft daarom geen zin. Al zou het kind willen, dan zou het er niet zelf voor kunnen zorgen dat het stotteren niet meer voorkomt. Straffen verandert daar niets aan en kan het zelfs alleen maar erger maken, omdat de spanning toeneemt.

Typen bekrachtiging en straf

Er kan een onderscheid worden gemaakt tussen een primaire bekrachtiger en een secundaire bekrachtiger. Een primaire bekrachtiger wordt direct positief gewaardeerd door degene die het gedrag vertoont. Dit kan bijvoorbeeld een snoepje zijn. Een kind plast op het potje en krijgt daarvoor een snoepje. Het snoepje is lekker en een beloning op zich.

Een secundaire bekrachtiger is een plaatsvervangende of uitgestelde bekrachtiger. Geld is daar een bekend voorbeeld van. Een jongere werkt in de supermarkt en krijgt daar geld voor. Met deze stalen muntjes op zich kan de jongere weinig, maar hij weet dat hij er op een gegeven moment wat leuks mee kan kopen, bijvoorbeeld een mp3- speler. Het leuks dat hij koopt is de echte beloning. Het geld helpt toch om zijn gedrag (het werken) te versterken, omdat de jongere heeft geleerd dat het bemachtigen van geld uiteindelijk leidt tot het krijgen van een beloning.

Een ander voorbeeld van secundair bekrachtigen dat vaak door ouders wordt gebruikt is het beloningssysteem. Het kind plast op het potje en mag daarna een kruisje zetten op een kaart. Bij drie kruisjes krijgt het kind een snoepje. Het snoepje is de echte beloning, maar de kruisjes werken ook stimulerend. Het kind weet dat de kruisjes uiteindelijk worden omgezet in wat leuks of lekkers.

Skinner maakt onderscheid tussen twee soorten bekrachtiging en twee soorten straf: positieve bekrachtiging, negatieve bekrachtiging, positieve straf en negatieve straf. De woorden positief en negatief betekenen in deze context niet dat de straf of de beloning goed (positief) of slecht (negatief) is.

De termen positief en negatief zeggen alleen iets over de vraag of er iets wordt toegevoegd of wordt weggehaald. Wordt er een prikkel toegevoegd, dan heet het positief. Als er een prikkel wordt weggehaald, noemen we het negatief. Een 'positieve' straf hoeft dus helemaal niet goed te zijn of de voorkeur te genieten. Integendeel, positieve straf kan juist het best met mate en beleid worden toegepast. In figuur 6 geven we dit schematisch weer.

Positieve bekrachtiging houdt in het aanbieden van iets leuks. Het eten dat de rat uit het bovenstaande voorbeeld kreeg is een positieve bekrachtiger. Andere voorbeelden zijn geld, een compliment, sticker voor een stickerkaart of een aai over de bol door een ouder.

Negatieve bekrachtiging is het weghalen van iets vervelends. Hierdoor wordt het gedrag ook versterkt. Op de radio is bijvoorbeeld heel harde en lelijke muziek te horen. Door het uitzetten van de radio houdt de muziek op. Het drukken op de uit-knop wordt gevolgd door iets prettigs: de herrie stopt. De volgende keer dat u last hebt van herrie van de radio drukt u weer op de uit-knop, omdat u hebt ervaren dat dit werkt. Een ander voorbeeld is een kind gespannen kinddat heel zenuwachtig is voor het houden van een spreekbeurt. De ouder laat het kind thuisblijven omdat het kind zo overstuur is van de spanning. Het thuisblijven zorgt ervoor dat de spanning (iets vervelends) weggaat en werkt dus als een bekrachtiger. Het gevolg is dat de kans groter wordt dat het kind in het vervolg bij dezelfde spanning weer thuis wil blijven.

Bij positieve straf wordt een vervelende prikkel toegediend die er dus voor zorgt dat de kans afneemt dat het gedrag in de toekomst nog eens voor zal komen. Een voorbeeld hiervan is het geven van een standje of het voor straf moeten doen van een vervelend taakje, zoals strafwerk op school. De prikkel die wordt toegediend is naar en daarom wordt het gedrag afgezwakt. Een positieve straf is dus niet positief in de zin van 'goed' of 'gewenst'. Het geeft alleen aan dat er een vervelende prikkel wordt toegevoegd.

Een negatieve straf is het weghalen van iets leuks. Na moeten blijven op school is daar een voorbeeld van. Vrije tijd (iets leuks) wordt in dat geval van het kind afgenomen. Het geven van een time-out is een ander voorbeeld. In dat geval kan een kind even niet meedoen met de rest van de klas of het gezin en worden gezelligheid en aandacht dus afgenomen. Ook het afnemen van televisiekijktijd of computertijd zijn voorbeelden van negatieve straffen.

Positieve straf en negatieve straf kunnen ook worden gecombineerd. Een kind dat tijdens het nablijven strafwerk moet maken, krijgt tegelijkertijd positieve en negatieve straf. Vrije tijd wordt afgenomen en een vervelende prikkel wordttoegediend (strafwerk).

skinnerFiguur 6. Positieve beloning, positieve straf, negatieve beloning en negatieve straf.

Een andere manier om gedrag te beïnvloeden is door middel van uitdoving. Dit is het uitblijven van positieve bekrachtiging. In de praktijk komt dit neer op het negeren van ongewenst gedrag. Een voorbeeld hiervan is een peuter die heeft geleerd dat zijn moeder meestal toegeeft als hij in de supermarkt een driftbui krijgt, omdat hij snoep wil. Als zijn moeder nu voortaan voet bij stuk houdt en geen snoep koopt om de driftbui te laten stoppen, is de kans groot dat het gedrag op een gegeven moment stopt. Met schreeuwen en huilen bereikt het kind niet het gewenste effect.

Aan de andere kant werkt het kopen van snoep voor de moeder als een negatieve bekrachtiging. Door het kind te geven wat het wil, stopt de driftbui en de vervelende blikken van andere mensen gaan weg. Het gedrag (kopen van snoep) zorgt er dus voor dat de negatieve prikkels (het schreeuwen en de vervelende blikken) worden weggenomen. Moeder zal daardoor misschien wel geneigd zijn om in dezelfde situatie vaker toe te geven om de driftbui te laten stoppen.

Belonen en straffen in de opvoeding

Skinner ging niet in op de gevoelens en gedachten van de persoon die werd beloond of bekrachtigd. Toch weten we dat deze wel een rol spelen. Niet alle beloningen en straffen werken even goed. Daarnaast kan straffen zelfs een averechts effect hebben, juist vanwege de gedachten en emoties die daarmee samengaan. Straffen die boosheid oproepen kunnen bepaald gedrag, zoals agressie, versterken. Zo kan er nieuw ongewenst gedrag ontstaan. Ook kan een kind het gedrag van de ouder nadoen.

Een kind dat bijvoorbeeld wordt gestraft door slaan, kan daarvan leren dat slaan een goede manier is om anderen terecht te wijzen. Het kan dit gedrag bijvoorbeeld imiteren wanneer een leeftijdsgenootje zich in zijn ogen 'vervelend' gedraagt (zie ook de sociaal-cognitieve leertheorie van Bandura uit paragraaf 1.8). Een ander nadeel van positieve straf is dat er vaak steeds meer nodig is om hetzelfde effect te bereiken.

Een voorbeeld: eerst werkte het verheffen van de stem als een kind iets stouts heeft gedaan misschien heel goed, maar op een gegeven moment is het kind er steeds minder van onder de indruk. Op een bepaalde manier kan straffen ook werken als een beloning. Het kind krijgt immers aandacht. Sommige kinderen hebben liever negatieve aandacht dan helemaal geen aandacht. Het geven van straf (aandacht) heeft dan een averechts effect.

Wat over het algemeen wel goed werkt, is positieve bekrachtiging. Een kind belonen met een compliment of een leuke activiteit, zoals een extra verhaaltje voorlezen of een uitje in het weekend, werkt erg stimulerend. Beter dan het geven van een positieve straf werkt een milde negatieve straf, zoals een time-out. Bij een time-out wordt iets leuks van het kind weggenomen, namelijk aandacht en de kans om te spelen en leuke dingen te doen. Ook negeren kan een goede manier zijn om ongewenst gedrag af te laten nemen. Dit is een vorm van uitdoving. Een kind negeren kan alleen als het gedrag niet gevaarlijk is voor het kind zelf of voor anderen. Een kind dat met een mes speelt, kunt u uiteraard beter niet negeren. Ook een kind dat slaat of schopt is niet te negeren. Negeren werkt niet bij gedrag dat op zichzelf al een beloning is. Een kind dat bijvoorbeeld de hele snoeppot leeg eet, zal hier niet mee stoppen als u dit negeert. De smaak van het snoep werkt als een beloning.

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden? 

Je kunt elke dag starten met de cursus Kindercoach dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  • Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  • Deskundige begeleiding door ervaren docenten
  • Voordelig lesgeld
  • Flexibel studeren
  • Studeren met veel persoonlijk contact
  • Modern studeren via onze online leeromgeving
  • Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  • Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

 

1 / 9