Cursus Boeddhisme

Proefles: Cursus Boeddhisme

Leuk dat je een proefles hebt aangevraagd! Tijdens deze proefles krijg je een indruk van de cursus Boeddhisme. Ook krijg je een aantal vragen over de stof. Verderop in de proefles kun je je vragen nakijken. Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Succes en veel plezier met je proefles!.


Tijdens de cursus Boeddhisme leer en werk je onder andere uit de Syllabus Boeddhisme. In deze proefles neem je vast een kijkje in de theorie uit de Syllabus. Je oefent met verschillende opgaven.

Syllabus Boeddhisme

Proefles van de Cursus Boeddhisme

1. De Boeddha

Dit gedeelte van de syllabus sluit aan bij hoofdstuk 1 en 2 uit het boek De essentie van het boeddhisme van Thubten Chodron.

De Boeddha was een mens van vlees en bloed, net als wij. Hij leefde van 563 tot 483 voor Christus in Noord-India. ‘Boeddha’ betekent letterlijk ‘de ontwaakte’ of ‘hij die wakker is geworden’. Dit ontwaken wordt ook vaak verlichting genoemd en betekent onder meer dat de Boeddha de mogelijkheden van het mens-zijn ten volle gerealiseerd had. De Boeddha bereikte de verlichting tijdens zijn leven. Hij werd dus niet als ontwaakte geboren, maar legde via een lange zoektocht zelf de weg af die hier naartoe leidde. Volgens het boeddhisme geldt dat ieder mens onderweg is richting het ontwaken.

Na zijn verlichting heeft de Boeddha deze weg, ook wel het boeddhistisch pad genoemd, zo’n 45 jaar lang verkondigd. Met de leerlingen die hij om zich heen verzamelde, is destijds het boeddhisme begonnen. De Boeddha heeft zelf geen teksten achtergelaten, deze zijn pas na zijn dood opgetekend. In dit hoofdstuk gaan we in op achtereenvolgens de Indiase context waarin Boeddha opgroeide, zijn levensverhaal, zijn eerste onderricht en zijn verdere leven.

1.1 De Boeddha en zijn Indiase context

Zoals het vroege christendom wel wordt gezien als een joodse afscheidingsbeweging (Jezus was een Jood), zo kunnen we hetzelfde zeggen over het boeddhisme ten opzichte van het hindoeïsme. De Boeddha groeide op als hindoe in een Indische samenleving. Om de Boeddha te kunnen begrijpen, is het behulpzaam om iets te weten van de hindoeïstische achtergrond waarin hij leefde. Het hindoeïsme kenmerkt zich door het geloof in het bestaan van talloze verschillende goden, elk met eigen kenmerkende krachten en eigenschappen. Als heilige teksten gelden de Veda’s, dat kennis betekent.


Binnen het hindoeïstische geloof staan de volgende uitgangspunten centraal:

  • Samsara: de kringloop van de wedergeboorten waarin individuele zielen steeds opnieuw reïncarneren.
  • Karma: individuele daden, waarbij goede daden goede gevolgen hebben en slechte daden slechte gevolgen, zowel binnen het huidige leven als in volgende levens.
  • Dharma: de kosmische (goddelijke, maatschappelijke en ethische) orde van het heelal, waarbij ieder individu bepaalde plichten heeft die bijdragen tot de handhaving ervan.
  • Brahma/Brahman: zowel de schepper-god (Brahma) als de uiteindelijke absolute (en onverwoordbare), eeuwige waarheid (Brahman) die aan alles ten grondslag ligt.
  • Atman: de individuele ziel van ieder individu. Atman is een minuscuul klein deeltje van het absolute Brahman.
  • Moksha: verlossing of bevrijding van samsara. Door inzicht en oefening gaat men beseffen dat Atman en Brahman één zijn.

De maatschappij was onderverdeeld in vier afzonderlijke klassen. Onderaan had je de slaven of paria’s (ook wel onaanraakbaren genoemd), die geen eigen plek hadden in het systeem. Daarboven stonden de landbouwers, veefokkers en handelaren, die verantwoordelijk waren voor de economie. Weer daarboven stond de krijgersklasse, zij hielden zich bezig met het bestuur en de verdediging. De vierde en machtigste klasse was de klasse van de priesters, brahmanen genoemd. De dominante hindoeïstische stroming die hierbij hoort, noemen we brahmanisme.

De belangrijkste taak van de brahmanen was het uitvoeren van verschillende in de Veda’s beschreven rituele handelingen. Dit waren onder meer rituele wassingen, vuuroffers, dierenoffers en veel andere cultische gebruiken. Hun macht was te verklaren doordat zij als enigen wisten hoe deze handelingen correct moesten worden uitgevoerd. Men geloofde dat de rituelen en offers de wereld draaiende hielden. Enkel en alleen door het juist uitvoeren van de rituelen kon bijvoorbeeld de zon elke dag opnieuw opkomen en was een voorspoedig en gezond lang leven mogelijk.

Proefles van de Cursus Boeddhisme

In het tijdperk van de Boeddha waren de rituele handelingen steeds gecompliceerder en uitgebreider geworden en werden tegelijkertijd de priesterhonoraria steeds kostbaarder. Er lag meer nadruk op de vorm dan op de inhoud van de rituelen. De behoefte aan spirituele vernieuwing groeide en er ontstonden verschillende groepen die samen een religieuze onafhankelijkheidsbeweging vormden. Leden van een van deze groepen, getalsmatig de grootste ervan, werden de samana’s genoemd, wat letterlijk rondzwervers en/of moeitedoeners betekent. De samana’s waren rondtrekkende heilszoekers en bedelmonniken die – kritisch op de rol en inhoud van het brahmanisme – op eigen wijze verlossing probeerden te bereiken.

Toen de Boeddha huis en haard verliet om verlossing te willen bereiken, werd hij onderdeel van deze samanabeweging. De kritiek die de Boeddha als samana op het brahmanisme had, betrof onder meer:

  • de exclusieve en machtige positie van de brahmaanse priesters;
  • het belang van de verschillende offerrituelen, waarbij ook dieren werden gedood;
  • het onfeilbare gezag van de heilige boeken van het hindoeïsme.

Hiertegenover stelde de Boeddha het alternatief van een eigen weg naar verlossing die de mens kon bereiken, zonder aanzien van klasse en afkomst. In plaats van ingewikkelde filosofische stelsels kwam hij met een praktischere weg om concreet en doeltreffend de mens te helpen zich te bevrijden uit zijn lijdend bestaan. Hiermee ontwikkelde de Boeddha een eigen stroming binnen het hindoeïsme, die vanwege haar grote aantrekkingskracht en groei mettertijd een zelfstandige religie kon worden: het boeddhisme.

Vaak worden alleen de verschillen tussen het boeddhisme en het hindoeïsme benadrukt. Maar omdat het boeddhisme is voortgekomen uit het hindoeïsme, is het reëler om te stellen dat sprake was van zowel ontlening áán het hindoeïsme als een reactie op het hindoeïsme. Een goed voorbeeld van ontlening aan het hindoeïsme is dat de oudste boeddhistische teksten vertellen over de god Brahma, die de eerste was die de Boeddha kwam gelukwensen toen deze de ontwaking bereikt had (Els, 2010).

1.2 Siddharta Gautama

De meeste westerse boeddhisten maken onderscheid tussen de historische Boeddha en de zogeheten verkondigde Boeddha. Hierbij verwijst de historische Boeddha naar werkelijke (levens)gebeurtenissen, terwijl het verhaal van de verkondigde Boeddha ook mythische (ofwel: verzonnen, niet werkelijke) gebeurtenissen bevat. In deze paragraaf komen beide Boeddha’s aan bod. Ieder mag persoonlijk bepalen waar volgens hem/haar de grens tussen feit en fictie ligt.

Hierna richten we ons (in verkorte vorm) op het laatste leven van de Boeddha, die geboren werd als Siddharta Gautama in Noord-India, het huidige zuiden van Nepal. Siddharta betekent: hij wiens doel volbracht is. En Gautama: licht dat duisternis verdrijft. Over de datum van Siddharta’s geboorte bestaat onenigheid, maar de meeste hedendaagse onderzoekers nemen 563 voor Christus als uitgangspunt. De vader van Siddharta, Suddhodana Gautama, was een lokale bestuurder (een rāja) die werd gekozen vanuit een raadsvergadering, hoewel hij ook vaak wordt geportretteerd als een machtige, rijke koning. Boven Suddhodana stond nog de māhāraja, wat groot heerser betekent.

Suddhodana was getrouwd met twee zussen. De oudste van hen, Māyā, was Siddharta’s moeder. Zij overleed al zeven dagen na de geboorte, Siddharta werd opgevoed door Māyā’s zus Pajāpatī. Verschillende verhalen vertellen over een voorspellende droom die Māyā had voordat zij zwanger werd. Hierin wordt ze in haar zij gepenetreerd door een witte olifant, wat een heel bijzondere geboorte aankondigde. Drie dagen nadat Siddharta het levenslicht aanschouwde, voorspelde de brahmaan Asita hem een grote toekomst, op aards dan wel spiritueel niveau. Siddharta zou een groot koning óf een groot spiritueel leider worden. Een ander verhaal rept van 64 brahmanen die tot dezelfde voorspelling kwamen.

Op 9-jarige leeftijd kwam Siddharta voor de eerste keer spontaan tot meditatie. Terwijl hij zittend onder een rozenappelboom toekeek hoe de velden voor hem werden omgeploegd, kruiste hij zijn benen en overzag hij alles in een stille contemplatie. Toen hij weer uit zijn meditatie kwam, sprak hij tegen zijn moeder: “Moeder, de vogels en de wormen hebben er niks aan wanneer we de geschriften reciteren.” Als waarschijnlijk toekomstige rāja werd Siddharta onderwezen in de heilige geschriften van de Veda’s. Hij kreeg zodoende aandacht voor de manier waarop mensen omgingen met deze geschriften en met de bijzondere positie van de brahmanen.Proefles van de Cursus Boeddhisme

Siddharta leefde een luxe leven. Er was zijn vader veel aan gelegen om hem te laten opgroeien tot een wereldlijk leider en niet tot een spiritueel leider. Het verhaal gaat dat Siddharta binnen de muren van zijn vaders paleizen werd gehouden om te voorkomen dat de jongen kennis zou maken met het lijden in de wereld. Dit zou de kans verkleinen dat zijn zoon het samanapad zou opgaan. De jonge Siddharta leefde op deze wijze in een illusie, omdat zijn beeld van de werkelijkheid niet overeenkwam met de echte wereld. Hierop besloten de goden in te grijpen. Zij gingen vermomd als verschillende mensen de muren van het paleis binnen.

Siddharta zou hen op vier verschillende tochten met zijn wagenmenner Channa tegenkomen. Bij deze vier ontmoetingen zag Siddharta achtereenvolgens een stokoude man, een zwaar zieke man, een overledene die naar de verbrandingsplaats werd gebracht en ten slotte een kaalgeschoren monnik in een gewaad met een indrukwekkend sereen en gelukkig gelaat. Deze ontmoetingen hadden een beslissende uitwerking op de toen 29-jarige Siddharta. De eerste drie ontmoetingen confronteerden hem met de onontkoombare werkelijkheid van het lijden, die zijn vader al die jaren kunstmatig voor hem verborgen had weten te houden. Maar de aanblik van de monnik schonk hem een alternatief: de mogelijke bevrijding van het lijden in de vorm van duurzame vreugde en geluk.
Nog dezelfde nacht besloot hij de muren van het paleis te verlaten. Nadat hij een laatste blik op zijn slapende vrouw en hun baby had geworpen, zadelde hij zijn paard, waarna de goden voor hem de stadspoort openden om hem vrij baan te geven. Volgens verschillende teksten sprak de Boeddha later over deze beslissing:

“Het huiselijke leven is een hindernis, een weg vol stof, het thuisloze leven is de open lucht.” (Breet & Janssen, 2007)

Siddharta was een samana geworden, een rondtrekkende heilszoeker, op zoek naar bevrijding uit samsara: de cyclische kringloop van de wedergeboorten die mensen bond aan een leven vol lijden. Het verhaal gaat dat hij op zoek ging naar leraren die hem hiertoe de juiste spirituele technieken konden bijbrengen.

De eerste bij wie Siddharta zich aansloot, was Ālāra Kālāma. Diens yoga-achtige leer, die leidde tot een staat van ‘niets’, had Siddharta al snel onder de knie. Hem werd zelfs aangeboden om samen het leraarschap van deze school te vervullen. Siddharta was echter onvoldoende tevreden met de resultaten van zijn scholing. Binnen deze leer kwam hij tot een tijdelijke tranceachtige meditatiesfeer, maar wist hij geen definitieve bevrijding te realiseren. Siddharta trok daarop verder en sloot zich bij een volgende leraar aan, de yogi Uddaka Rāmaputta. Hierbij werd het stadium van ‘niets’ overtroffen door een niveau van ‘perceptie noch non-perceptie’. Ook hier bleek hij een uitstekende leerling; hem werd na verloop van tijd zelfs de volledige leiding van de school aangeboden. Siddharta was dus opnieuw succesvol, maar moest andermaal constateren dat dit hem geen definitieve bevrijding wist te schenken. Siddharta gaf de yoga daarom op en zocht zijn heil vervolgens een tijdlang in ascetisme. Asceten stelden zichzelf moedwillig bloot aan de meest zware omstandigheden om zo hun negatief karma te zuiveren en nieuwe geestelijke krachten te verwerven.

Deze verschillende praktijken van zelfkastijding bestonden onder andere uit niet of zo min mogelijk eten, geen of weinig kleren dragen (ondanks kou), seksuele onthouding, de adem inhouden en zelfs de eigen haren uittrekken. Siddharta sloot zich aan bij een groep van vijf asceten en praktiseerde samen met hen al deze veeleisende beproevingen. Het fanatisme waarmee hij zich onderwierp aan de ascese, riep grote bewondering op bij zijn gezelschap. Onderling spraken ze af dat degene die de waarheid het eerst zou ontdekken de anderen erin zou laten delen. Niemand twijfelde eraan dat Siddharta die eerste zou zijn.

Proefles van de Cursus Boeddhisme

Maar wat bleek? Ook deze harde ascese bracht Siddharta niet de uiteindelijke verlossing. De extreme vermagering die was opgetreden, had hem vrijwel al zijn krachten gekost. Zijn extreem uitgemergelde lichaam trok door voedseltekort voortdurend de aandacht en was daardoor niet langer het juiste instrument om een geestelijke zoektocht te dragen. Toen hij doorzag waartoe dit pad hem had geleid, besloot hij geleidelijk weer voedsel tot zich te nemen. De vijf asceten die hem vergezelden, keerden zich vol afschuw van hem af.

Siddharta trok alleen verder. Op zijn verdere zoektocht naar de ultieme bevrijding herinnerde hij zich op een dag zijn eerste meditatie als 9-jarige onder de rozenappelboom. Met de leringen van zijn twee leraren als beginpunt ging hij opnieuw mediteren. Er was ruimte ontstaan en rust gecreëerd om vanuit een neutrale observatie de bronnen van lijden en onrust diepgaand te onderzoeken. Verschillende teksten spreken hierbij over de uitdaging van Mara (een duivelachtige figuur die de dood en het verlangen belichaamde) waarmee Siddharta te kampen had. Mara probeerde Siddharta ervan te weerhouden de verlichting te bereiken door een demonenleger op hem af te sturen en hem te verleiden met mooie vrouwen en macht. Maar Siddharta wist de aanvallen van Mara vastberaden te weerstaan.

Onder wat later de Bodhiboom ging heten doorliep hij op een nacht, vastbesloten de bevrijding te realiseren, vier verschillende stadia van meditatie. Het was tijdens deze nacht dat Siddharta Gautama op 35-jarige leeftijd de Boeddha werd, de ontwaakte. Hij raakte van alle vormen van mentaal lijden bevrijd en was daarmee uit de keten van wedergeboorten (samsāra) verlost. Boeddha’s bevrijding of verlichting was hiermee gerealiseerd. Deze omvatte drie vormen van weten:

  1. Het eerste weten besloeg alle herinneringen van zijn duizenden vroegere levens.
  2. Het tweede weten omhelsde het absolute inzicht in ethische causaliteit: heilzame daden hebben goede gevolgen en onheilzame daden hebben slechte gevolgen na de dood.
  3. Het derde weten bracht hem de kennis tot de weg tot bevrijding: het opheffen van verlangen, onwetendheid en begeerte, die de mensen vasthouden in hun leedvolle kringloop van het bestaan. Het verhaal gaat dat de hele aarde beefde toen Siddharta Gautama het Boeddhaschap realiseerde.

1.3 Het onderricht van Boeddha

Volgens de overlevering bracht de Boeddha na zijn ontwaken zeven dagen door aan de voet van de Bodhiboom, genietend van de gelukzaligheid van zijn bevrijding. Zijn toestand was er een van duurzame vreugde geworden. Vervolgens twijfelde de Boeddha er serieus aan of hij zijn inzichten wel aan de mensheid kon meedelen. Zouden mensen de complexiteit van zijn leer wel kunnen bevatten? Deze was immers enkel vanuit zelfondervinding en na lange meditatie te ervaren. Op dat moment kwam de vedische god Brahmā tot hem.


Vragen over het hoofdstuk De Boeddha

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Beantwoord dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

  1. Welke overeenkomsten zijn er tussen het boeddhisme en het hindoeïsme?
  2. Welke verschillen zijn er tussen het boeddhisme en het hindoeïsme?
  3. Welke drie vormen van weten kent Boeddha’s bevrijding of verlichting?

Hoe studeer je bij NTI?

Dankzij het nieuwe studeren bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren is de ideale combinatie tussen online en klassikaal onderwijs. De onderstaande video laat je het nieuwe studeren zien.

Antwoorden

Bekijk hier de antwoorden

Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

1. Overeenkomsten zijn:
- De uitgangspunten van samsara en karma;
- De nadruk op verlossing/bevrijding van samsara;
- Het concept dharma, hoewel anders ingevuld;
- Het geloof in goden, al zijn deze binnen het hindoeïsme veel talrijker.

2. Verschillen zijn:
- Nadruk op de eigen weg naar verlossing binnen het boeddhisme in tegenstelling tot de bemiddelende rol van de priesterklasse binnen het hindoeïsme.
- Hierop aansluitend: de nadruk op de eigen ervaring binnen het boeddhisme in tegenstelling tot het onfeilbare gezag van heilige boeken binnen het hindoeïsme.
- De offerrituelen binnen het hindoeïsme en de kritiek hierop vanuit het boeddhisme.
- Het boeddhisme kent een stichter, de Boeddha. Wij kunnen zelf een boeddha worden.

3. De drie vormen zijn:
- Het eerste weten besloeg alle herinneringen van zijn duizenden vroegere levens.
- Het tweede weten omhelsde het absolute inzicht in ethische causaliteit: heilzame daden hebben goede gevolgen en onheilzame daden hebben slechte gevolgen na de dood.
- Het derde weten bracht hem de kennis tot de weg tot bevrijding: het opheffen van verlangen, onwetendheid en begeerte, die de mensen vasthouden in hun leedvolle kringloop van het bestaan. Het verhaal gaat dat de hele aarde beefde toen Siddharta Gautama het Boeddhaschap realiseerde.


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden over de cursus Boeddhisme?

Je kunt elke dag starten met de cursus Boeddhisme, dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij NTI te studeren

  1. NTI biedt erkende en gewaardeerde opleidingen
  2. Je krijgt deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Je studeert voor een voordelige prijs
  4. Je studeert flexibel: waar en wanneer je wilt
  5. Je studeert met veel persoonlijk contact
  6. Je studeert modern via onze digitale leeromgeving
  7. Je krijgt studiebegeleiding van een mentor
  8. Je kunt studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je opleiding!

1 / 1