Proefles: Binnenhuisarchitectuur

Leer alles over interieur-design!

Met deze proefles krijg je een indruk van de cursus Binnenhuisarchitectuur van NTI. Je krijgt inzicht in de lesstof. Je kan ook alvast vragen maken en deze zelf controleren.
Mocht je vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op. Heel veel succes en plezier met de proefles. 

 

12.10  Kleurenpsychologie

12.10.1 Ruimtegevoel

Kleuren kunnen de ruimtelijke verhoudingen optisch, voor het oog dus, enorm beïnvloeden. In een grote ruimte kunnen warme tinten aanzienlijk bijdragen tot een behaaglijke sfeer: het interieur wint door toepassing van warme tinten aan intimiteit. In kleine ruimten kan een overvloed van dezelfde  warme tinten het effect creëren  dat de kamer aanzienlijk kleiner lijkt. In het algemeen kun je stellen dat een ruimte wordt verkleind door tinten met een lage reflectiewaarde, en dat lichte tinten met een hogere reflectiewaarde ruimten groter laten lijken. Lichte meubelen in een klein vertrek, vooral wanneer  de wanden iets gebroken  wit zijn, doen de ruimte goed. Worden de meubelen  donkerder  van kleur, dan lijkt het vertrek al gauw kleiner. In alle gevallen is het echter de overdaad.

U kunt met kleuren ook voor een bepaalde balans in ruimten zorgen. Afstemming van kleuren in een woning maakt de overgangen geleidelijk, waardoor een prettige eenheid totstandkomt. De mens heeft namelijk een geheugen voor kleur, waardoor  een kleur altijd even blijft ‘hangen’. Komen we in een ruimte waarin de kleuren overheersend contrasteren ten opzichte van een eerst doorlopen ruimte, dan ervaren we dat vaak als onrustig.

12.10.2  Rustgevende en activerende kleuren

Felle kleuren en felle contrasten nodigen uit tot activiteit. Rustiger uitgebalanceerde, wat meer chromatische tinten (dus met kleur in plaats van zwart, wit of grijs) geven rust. Daarmee kunnen we bewust werken. Een hal van een  woning is een ruimte waar we tamelijk kort verblijven, waar we gasten ontvangen. U mag daar dus best wat vriendelijke, duidelijke kleuren toepassen. En zo geldt voor elk vertrek een specifiek uitgangspunt.

In zijn totaliteit kun je zeggen dat lichte kleuren een ‘verlichtende’ werking hebben, ze maken mensen en voorwerpen minder zwaar en ernstig, en dat donkere kleuren wat drukker en zwaarder maken.

 

 

Rood

Rood is een warme, opwekkende en inviterende kleur. Rood laat voorwerpen en vlakken dichterbij lijken. In zeer grote, hoge ruimten kan een rode wand de ruimte naar de gebruiker toe trekken, waardoor deze plezieriger voelt. Maar meestal moet rood niet in overvloed gebruikt worden, omdat het snel overheersend wordt. Het is zeer geschikt voor accessoires. Bij dezelfde temperatuurvoelen mensen zich in een kamer met roodtinten warmer dan in een kamer met blauwtinten. De gevoelsmens wordt, volgens de Zwitserse psychiater dr. Carl Jung, aangetrokken door rood. Rood vraagt in elke combinatie aandacht. In het interieur is het vaak een decoratiekleur.

Geel

Geel is sterk ruimtewerkend en opwekkend. Het is warm en zonnig, maar minder opdringerig dan rood. Geel ‘omvat’ een object met zijn intensiteit en kan de vormen van een object wat vervagen. Geel wordt vaak toegepast in sombere vertrekken, bijvoorbeeld aan het water en op het noorden. Een geraffineerd effect wordt bereikt door een geeltint voor de gordijnen zodanig te kiezen dat deze er als wit uitziet, waar de zon op lijkt te schijnen

 

Oranje

Oranje ontstaat uit rood en geel en verenigt de eigenschap van beide op een plezierige manier. Het is een warme, zonnige kleur, zonder de agressiviteit van rood en ook zonder de contourenvervagende eigenschap van geel. Het is een opwekkende, stimulerende kleur, die de ademhaling zou bevorderen (denk aan de reacties bij het publiek als men het Nederlandse elftal in belangrijke wedstrijden  ziet spelen). In combinatie met geel, zacht geelgroen: zeer zonnig. In combinatie met bruin: rustig en vriendelijk (denk maar eens aan herfsttinten).

Blauw

Blauw is een koele kleur die kalmerend kan werken, mits het niet te overdadig wordt toegepast. Anders  krijgt u het er koud van en kunt u er depressief van worden. Blauw is een kleur die wijkt, die de ruimte groter kan maken. ‘Blauw’ zou het denktype van de mens symboliseren. Blauw is klassiek koel en verfrissend. Het is de kleur van het water en de  lucht en werkt dan ook ruimtelijk. Maar blauw kan ook een harde uitstraling geven. Blauwtinten zijn goed  met elkaar te combineren.

In combinatie  met wit wordt het een frisse kleurstelling. Blauw in combinatie met groen geeft  een  vibrerend  geheel, zoiets  als  spanning. Blauw met roze wordt zeer vrouwelijk en een combinatie  met crème  geeft een warmte suggestie. Samen  met donkerbruin  en  zwart: steriel en rustig. In blauw groencombinaties: helder koel. Blauw geeft ons een gevoel van oneindigheid: de wijde, blauwe hemel! Een blauwe vloer werkt ruimtelijk.

 

Groen

Groen is symbolisch voor de natuur, voor rust, voor verzoening. Het is van de chromatische kleuren de minst opvallende. Groen biedt het maximum aan rust en spaart de ogen. In zwaardere  tinten en in combinatie met geeloranje is het soms warmer. Groen is rustgevend en huiselijk. De kleur komt niet naar voren, zoals rood, maar wijkt ook niet terug, zoals blauw. Bovendien wordt het  vlak niet overstraald, zoals bij geel. Geelgroen lijkt bij kunstlicht  veel groener dan overdag, dat kan u dus parten spelen. Naarmate groen meer naar blauw neigt, wordt het koeler. Groennuances laten zich in een  interieur zeer goed  samenvoegen met natuurlijke materialen, zoals baksteen, parket en dergelijke.

Bruin

Bruin is volgens sommigen  een sombere kleur, waarbij je natuurlijk wel rekening moet houden met de nuancering van bruin. Volgens anderen is het een huiselijke, gezellige kleur, die intimiteit schept. Een bruin café kan erg gezellig zijn, maar als gebruik wordt gemaakt  van erg donkerbruin in combinatie met weinig licht kan het ook een deprimerende indruk maken. Goed te combineren  met andere  kleuren. Elegant met zwart.

Grijs

In grijzen bestaat een  eindeloos aantal mogelijkheden, van een warme tot een koude kleurgewaarwording. Alle nuances hebben met elkaar gemeen dat ze neutraal zijn en een ideale achtergrond vormen voor kleuren.

Grijs in verfwerk lijkt op een groot vlak altijd veel donkerder dan op een kleurenstaaltje. Grijs is op een groot vlak niet gauw te licht. Blauwgrijs kan in verfwerk erg op grondverflijken. Lichte grijzen, vermengd met een tikje kleur, waardoor bijvoorbeeld beige/grijs kan ontstaan, kunnen een bijzonder resultaat opleveren. Een mooie combinatie kan zijn: grijs-wit-kleur. Grijs versterkt de overige kleuren.

Grijs wordt vaak geassocieerd met zakelijk, serieus en respectvol. Grijs en verschillende grijstonen kunnen een zekere degelijkheid aan een interieur toevoegen.

Grijs is een mix van zwart en wit en komt voor van bijna wit tot bijna zwart. Ook bestaan er nog ontelbare mogelijkheden van warme grijstonen met beige tot koele grijstonen met blauwnuances. Vooral deze laatste combinatie wordt vaak gebruikt voor kantoren en dergelijke. Een combinatie met zalmtinten kan zakelijk en toch vriendelijk overkomen.

Wit

Bij zuiver wit worden alle lichtstralen volledig teruggekaatst. Het laat dus de dingen groter lijken dan ze zijn. Wit kan andere kleuren frisser laten lijken. Wit is spannend te maken door structuur aan te brengen  en op bijvoorbeeld matte, glanzende, zachte, harde, gladde of ruwe materialen te gebruiken.

Vaak wordt in een vertrek crème in plaats van wit gebruikt, omdat het warmer oogt. Als crème te veelvuldig of op grote vlakken wordt toegepast, werkt het soms wat saai. Crème en wit in één ruimte bijeengebracht ademen een heel verfijnde sfeer. Crème wordt door wit tot kleur gepromoveerd.
Alle kleuren, vermengd met veel wit, vertonen, evenals wit, de eigenschap dat zij zich op grote vlakken kunnen laten aanbrengen en een vertrek visueel groter doen lijken.
Tegenwoordig zijn in de witten allerlei zachte tinten verkrijgbaar, van warm- tot koelwit en allerlei tinten daartussen. De kleur wordt hierdoor zachter. Lamplicht kan wit ‘s avonds veranderen in een warmwitte tint. Vooral nu er tegenwoordig steeds meer iets getinte lampen te koop zijn. In donkere vertrekken moeten de kozijnen bij voorkeur wit of zo licht mogelijk worden gehouden. Anders wordt het binnenstromende licht, door een te groot contrast, scherp en vermoeiend voor de ogen.

Wit is zeer aantrekkelijk als accent in een zwaarder gekleurde omgeving. Zoals al eerder gezegd, laat wit zich niet alleen met alle kleuren combineren, het verstrekt de werking van de kleuren zelfs! Wit is een bij uitstek neutrale kleur, ruimtewerkend, objectvergrotend, maximaal reflecterend en kleurondersteunend.

Zwart

Bij zwart worden alle lichtstralen volledig geabsorbeerd. Zwart werkt objectverkleinend, maakt slank en kan daardoor een ruimte benauwd maken. Zwart verzwaart de kleuren en vervaagt de vormen. Zwart is een elegante, sterke kleur. Als zwart goed wordt toegepast, kan het zeer gedurfd en geraffineerd zijn. In kleine ruimten moet men echter voorzichtig zijn. Door een hoogglans zwart te gebruiken worden de pasteltinten als het ware opgewaardeerd. Zwart vraagt om sterke contrasten en valt daarom uitstekend te combineren met gladde, lichte meubelen. Ook mooi in combinatie met meubelen van chroom, glas of messing. Zwart zorgt voor een chique en statige uitstraling.

Pas wél de verlichting aan als u voor zwart kiest, want deze kleur heeft veel accent-en basis-of sfeerverlichting nodig.

Naturelle tinten

Dit zijn neutrale tinten die zich makkelijk laten mixen met veel andere kleuren tot een harmonieus geheel. Ze laten andere kleuren op zichzelf staan,zonder dat deze overheersen. De tonen zijn rijk en warm. Beige bijvoorbeeld is een solide en kalme kleur. Ivoor is zeer harmonieus en heeft een natuurlijke en vriendelijke uitstraling. Dierlijke en plantaardige elementen brengen een neutraal gekleurde kamer tot leven. Deze tinten zijn goed te gebruiken bij veel adviezen.

Pasteltinten(sfeervol)

Pasteltinten hebben een transparante uitstraling en in combinatie met wit een frisse uitstraling. De kleuren blijven zacht, maar het wit geeft ze een levendige touch. Alle pasteltinten passen van nature bij elkaar. Pastelkleuren kunnen een  donker interieur verzachten en een wit interieur suikerzoet maken. Voorwerpen in pastelkleuren worden vaak het middelpunt van een vertrek, omdat ze gelijk in het oog vallen. Pastellen in combinatie met donkere kleuren, zoals bruin of donkergroen, en rvs kunnen een boeiend resultaat geven. Verschillende tinten roze zijn moeilijk onderling te combineren.

12.11  Veel toegepaste Nederlandse interieurstijlen en de kleuren

De meeste mensen denken bij kleur in het interieur in de eerste plaats aan kleuren op de wanden en het houtwerk. Men verwacht daar vaak veel van en bemerkt vervolgens dat het resultaat tegenvalt. Men vergeet dan dat alles in een interieur kleur draagt, en het gebrek aan afstemming van al die kleuren en materialen is vaak de oorzaak van de ontevredenheid.

Als Interieurontwerp(st)er  zal u in uw advies  daarom  uitgaan van de randvoorwaarden van de ruimte, de kleureffecten, de smaak van uw opdrachtgever en de bestaande zitmeubelen, kasten en/of andere meubelstukken, die duidelijk het middelpunt vormen. Neem bijvoorbeeld het bankstel, bekleed  met bruin leer. Vandaar uit kunt u harmonisch dan wel contrasterend te werk gaan, afhankelijk van de wensen  en smaak van uw opdrachtgever. Als er veel spulletjes in allerlei uiteenlopende kleuren te vinden zijn, kunt u beter kiezen voor een rustige en harmonische kleurenafstemming. Omdat de bestaande inrichting en stijl van een woning een belangrijk effect zullen hebben op uw kleurenadvies behandelen wij hierna, summier, de meest voorkomende inrichtingsstijlen in Nederland.

Wanneer  u een opdracht krijgt waarbij u bijvoorbeeld een art-nouveau-, barok- of andere voor u minder bekende interieurstijl zou moeten ontwerpen, dan is research via interieur-en architectuurfotoboeken, internet, musea en dergelijke de manier om goed beslagen ten ijs te komen. Voor u het weet kan bijvoorbeeld zo’n goed vormgegeven art-nouveau inrichting uw specialisatie worden!

12.11.1  De traditionele en/of klassieke stijl

De klassieke stijl wordt gekenmerkt door elegantie, klassieke vormen en traditionele kleuren. U vindt in de traditionele interieurs vaak wat zwaardere (houten en/of stoffen) antieke meubelen en andere invloeden (klokken, schilderijen, portrettengalerij enzovoort) uit het verleden. Er worden  soms  nog zware behangsoorten toegepast en velours of satijndamasten gordijnen en draperieën. Op de vloer vindt u vaak chique wollige vloerbedekking of donker parket. Er worden traditionele kleuren toegepast, zoals bordeauxrood, rood, goud, donkergroen, goudgeel, donkerblauw en crème.

In het  moderne klassieke interieur zijn de meubelen en materialen (linnen, katoen, wol) minder zwaar. De vormen zijn klassiek en het kleurgebruik is minder traditioneel. Er wordt vaak gebruikgemaakt  van combinaties  van vergrijsde kleuren of bijvoorbeeld zwart en wit gecombineerd met een accentkleur. Op de vloer vindt u vaak chic natuursteen, hardsteen of parket. In deze interieurs wordt vaak ingericht vanuit symmetrie.

12.11.2  De landelijke stijl

In deze stijl vindt u vaak robuuste boerenmeubelen, dominant in het interieur aanwezig. De aankleding van deze interieurs is daardoor vaak wat sober. Wanden bestaan soms ook uit houtdelen, en als ze al geschilderd worden, houdt men de kleuren neutraal en licht. Op de vloer vindt u vaak plavuizen en houten vloerdelen.

In de landelijke stijl speelt een groot deel van het leven zich af rondom een grote eettafel in de keuken. Het eten en tafelen krijgen dan ook veel visuele aandacht. Potten, pannen, manden en het aardewerk maken een belangrijk onderdeel uit van het interieurplaatje.

Er is een  aantal stromingen te noemen, zoals:

  • de Scandinavische stijl. Hierin wordt een  lichte houten vloer vaak gecombineerd  met grenen (ongelakte) meubelen en  blauw en roodtinten in de verdere aankleding;

 

  • de Bourgondische stijl. Hierin vindt u handgevormde plavuizen vloeren en/of donkere houten vloerdelen. De wanden worden in neutrale, lichte tinten geverfd en hebben vaak een wat oud, gesponsd effect. Met terracotta bakken met kruiden, zoals lavendel en tijm en strengen knoflook, completeert u het geheel;

  • de mediterrane stijl. Hierin worden  natuurstenen terrakleurige vloeren gecombineerd met wit-gestuukte wanden. Men kiest voor sobere, maar niet robuuste donkere houten meubelen.

 

  • Dit rustige en sobere interieur is in de warme landen van herkomst uitermate geschikt. Buiten vindt u daar  immers  veel kleur in de  vegetatie en een overvloed aan zonlicht. In Nederlandse interieurs is voor het wel slagen van dit type interieurs een goede ligging ten opzichte van de zon en dus warm daglicht zeer essentieel. Met warme kleuren wit en een goede kunstverlichting kunt u koud licht nog enigszins corrigeren, maar in al te donkere  ruimten zult u eerder een ‘kloostersfeer’ creeren

12.11.3 De moderne stijl

Hierbij wordt een tamelijk strakke inrichtingslijn toegepast. In combinatie met de in deze stijl vaak toegepaste chroom-of kunststofmeubelen kunnen pittige kleuren  worden gebruikt,  zoals  de  primaire of complementaire kleuren. Daarbij zou u gebruik kunnen maken van de neutrale kleuren (wit, zwart of grijs) in combinatie met de op grote vlakken gebruikte hoofdkleuren. Binnen de moderne stijl kan ook gekozen worden voor geometrische  vormen in combinatie  met natuurlijke materialen en rustige kleuren. De gekozen kleuren sluiten dan meestal aan bij de natuurlijke kleuren van de gebruikte materialen.

U moet uiteraard ook hier rekening blijvenhouden met de al in het interieur aanwezige  kleuren, zoals die van de bekleding van de meubelen.

11.12.4 De sfeervolle stijl

In deze interieurs is er veel aandacht voor accessoires, voor stoffen met prints (strepen, bloemen, stippen) en nostalgie. Men kiest vooral veel sfeer,relatief meer meubelstukken, accessoires en ingelijste foto’s. Meubelen hebben ronde en romantische vormen. Stoffen zijn belangrijk en dan niet alleen de print maar ook de tactiliteit van de stoffen, het gevoel dat ze uitstralen. Kleuren-en materialenafstemmingen zijn harmonieus en rustig. Neutrale en ton sur-ton kleuren worden toegepast, eventueel met een accentkleur. Pasteltinten passen goed bij deze stijl en dragen bij aan de romantiek en zachtheid. De vloer bestaat uit parket,houten planken of vloerbedekking.

 

12.11.5  De serene stijl


In deze  interieurs is ‘minder meer’. Men kiest voor veel ruimte, relatief weinig meubelstukken. Keuzes zijn doordacht: weinig accessoires, enkele goed uitgekozen en geplaatste grote kunstwerken. Kleuren-en materialenafstemmingen zijn harmonieus  en rustig. Neutrale en ton-sur-tonkleuren worden toegepast, eventueel met een  accentkleur. Voor deze interieurs moet u de kunst van het weglaten beheersen.

12.11.6  Het bruine interieur  van toen…

De ‘degelijke’ inrichtingsstijl is nog niet helemaal uitgestorven: bruine plavuizen op de vloer, wanden  van schoon metselwerk, plafonds  van donkerbruin  gebeitste schroten,  een openhaardplateau met plavuizen en afgewerkt met zware balken. De meubelen bestaan uit zware meubelen  met donkere  kussens. Kortom, de bekende ‘bruine stijl’ die u toch nog regelmatig zult tegenkomen.

Het eerste advies moet de kleur van het plafond zijn, bij voorkeur wit. Kies voor de wand(en) een gladde of fijne structuur in een lichte off white of pastelkleur. De kleurenkeuze van de gordijnen zou bij voorkeur neutraal moeten worden gehouden, eventueel  met een warm soft dessin. Eén of twee accentkleuren kunnen in verschillende  tinten en texturen herhaald worden in de lampenkappen, kussens en decoraties. Pas lichte kleuren, dessins en materialen toe die de donkere zware meubelen, het metselwerk en de balken compenseren.

12.12     Kleuren  kiezen

Er zijn dus verschillende  kleurensystemen, alle ontwikkeld om zo objectief en eenduidig  als mogelijk een kleur te kunnen bepalen  en aan te geven. Zoals u weet, gaan  wij in deze  cursus  uit van het NCS-kleurensysteem. Zorg ervoor dat u een kleurenwaaier met dit systeem in uw bezit hebt.

12.12.1   Gebruik van een kleurenwaaier

De kleurenwaaier is, zoals u inmiddels zult begrijpen, een van de belangrijkste gereedschappen bij het maken van een kleurenplan. De waaier is onderverdeeld in acht  groepen: geel, oranje, rood (warme  kleuren), groen, blauw, paars (koele kleuren), bruin/grijs en steenkleuren. Iedere kleurgroep is onderverdeeld in heldere  en vergrijsde tinten (met uitzondering van de groep  bruin/grijs). Bij iedere  kleurgroep vindt u ook bijpassende wittinten. U kunt uw kleuren voor het desbetreffende interieur harmoniërend (ton sur ton - u kiest hierbij in één kleurgroep een aantal opeenvolgende tinten) kiezen, waardoor u een vriendelijk en rustig resultaat  verkrijgt. Kijkt u, voor een goed begrip van het onderstaande, maar mee in uw NCS-kleurenwaaier:

 

 

Bijvoorbeeld een combinatie van twee kleuren met de kleurtoon uit de kleurgroep rood (R):

0530-R   kleurnaam: allerliefst     strip 44

1060-R   kleurnaam: genegenheid   strip 43

U kunt ook kleuren combineren  uit eenzelfde kleurgroep, met een zelfde vergrijzing maar an- dere kleurintensiteit:

0520-R10B

kleurnaam: droom

strip 41

0550-R10B

kleurnaam: verleiding

strip 40

Of u kiest voor combinaties  uit eenzelfde  kleurgroep met dezelfde kleurintensiteit, maar met verschillende mate van vergrijzing, bijvoorbeeld ‘licht en donker’:

3020-Y90R

kleurnaam: essentie

strip 56

7020-Y90R

kleurnaam: binnen

strip 56

Of u kiest op grond van contrasten, waarbij u kleuren uit verschillende kleurgroepen  met elkaar combineert. Met deze kleurencombinaties komt een kleur of voorwerp vaak erg mooi tot zijn recht, maar geven wel een harder kleurencontrast.

 







U kiest dan voor een gelijke nuance  in vergrijzing en kleurintensiteit, bijvoorbeeld 60 vergrijzing en 20 kleurintensiteit:

6020-R

kleurnaam: thee

strip 53

6020-R80B

kleurnaam: staal

strip 138

De waaier gebruikt u dus niet alleen bij het uitzoeken van de kleuren op wand, plafond en houtwerk, maar ook bij alle andere kleurenafstemmingen  in het interieur. Archiveer steeds waar u welke kleur (met code) heeft toegepast. Bij de aanschaf van een bank, accessoires en dergelijke kunt u een staal van die kleuren of de kleurenwaaier meenemen, zodat de kleuren- en materialenafstemming goed is. Andersom zou u als u bijvoorbeeld de kleur zoekt voor een wand achter een imposant  en kleurig kunstwerk, in de waaier naar een goed  passende match met de hoofdkleuren uit het schilderij kunnen kijken.

12.12.2     Criteria voor kleurenkeuze
U weet inmiddels dat de kleurenkeuze en kleurenafstemming in een interieur buitengewoon belangrijk zijn voor een ruimte. Het is daarom ook zeer belangrijk om dit deel van uw (toekomstige) beroep  goed  onder de knie te krijgen. Bij het selecteren en combineren  van de kleuren voor ruimten en objecten gaat u met uw opdrachtgever in elk geval uit van uw kennis van de effecten van kleuren, de randvoorwaarden van de ruimte (onder andere welk type licht, positie en type ramen, grootte  en vorm van de ruimte), de bestaande inrichting(stijl), de smaak van uw opdrachtgever en de sfeer die u wilt bereiken in de ruimte. Er zijn natuurtalenten op dit gebied, met een zeer goed ontwikkeld gevoel voor kleuren en combinaties. Deze mensen  kiezen en combineren  kleuren meer op gevoel dan op basis van de theorie. Dat is natuurlijk mooi meegenomen. Toch schuilt hier het gevaar dat in dat geval onvoldoende rekening gehouden wordt met de te verwachten kleureffecten en de randvoorwaarden van de ruimte en de bewoners. De kleurentheorie is daarom voor iedereen die werkt met kleur, een zeer belangrijk en niet te onderschatten basisuitgangspunt.

12.12.3     Visualiseren van kleurenresultaat

Als u uw keuzes voor de kleurencombinaties in een ruimte heeft gemaakt, is het van belang dat u deze naar uw opdrachtgever kunt motiveren en zo mogelijk ook visualiseren. U weet na verloop van tijd, op basis van oefening en ervaring, hoe het eindresultaat zal zijn, maar uw opdrachtgever moet nog maar afwachten wat uw advies oplevert. Daarom kunt u gebruikmaken van een aantal overdrachtsmiddelen waarmee u uw ideeën kunt visualiseren.

Het kleurenplan

Als alle materialen en kleuren zijn uitgezocht, maken we een ‘kleurenplan’, waarin niet alleen de kleuren voor de wanden en het houtwerk worden opgenomen. U probeert namelijk het totaal aan kleuren in die ruimte te overzien en dit als totaalplaatje te visualiseren. U kunt karton gebruiken  of bijvoorbeeld een prikbord, waarop u de gekozen materialen en kleuren voor die specifieke ruimte aanbrengt.

Op de afbeelding kunt u zien hoe u het kleurenplan opbouwt. U gaat als volgt te werk.

  1. Neem een zodanig groot stuk van het vloermateriaal, dat het ongeveer,  in verhouding, de kleur- en materiaalkeuze weergeeft.  In principe nemen we de kleur van de vloer als uitgangspunt van het kleurenplan (als de vloer dus neutraal is, maakt u het zichzelf wat makkelijker).
  2. Daarna plakt u eenzelfde  formaat materiaal op, dat het plafond suggereert (vak 2). Let er wel op dat de plafondkleur op de collage lichter zal lijken dan wanneer  deze wordt toegepast in een vertrek (in de collage  is geen  sprake  van kleurenreflectie). Bekijk de kleur maar eens  van de binnenkant van uw hand en houd dan uw hand tegen  het plafond. De kleur zal beduidend donkerder  worden!
  3. Nu neemt u het materiaal en de kleuren op van de wanden. U kunt nu al een beetje zien hoe de basisinrichting eruit komt te zien.
  4. U neemt de kleur(en) van de gordijnen op.
  5. Stel dat het om een oud pand  of monument gaat, dan zou de kleur van de balken wel eens  heel bepalend in het interieur kunnen zijn. De balk raakt het plafond, een stukje wand en misschien een stukje gordijn, vandaar de plaatsing van nummer 5.
  6. U neemt de kleuren van de meubelen  op.
  7. U brengt de gekozen contrastkleuren in de juiste verhouding in.
  8. Indien veel hout of ander in het oog springend  materiaal aanwezig is, bijvoorbeeld in de meubelen, neemt u dit ook op in de collage.
  9. Boekenwanden brengen  vaak veel kleur in. Dit is lastig in een collage te vervatten, maar beslist iets waar u rekening mee dient te houden. (Tegenover een drukke boekenwand kunt u beter niet ook nog eens  een andere  ‘drukke’ wand inplannen.)
  10. De kleuren van het schilderwerk op kozijnen en deuren neemt u op.
  11. Eventuele grote groene planten zorgen voor een groen accent,  waarmee rekening dient te worden gehouden.

U zult begrijpen dat een zo natuurgetrouw  mogelijke weergave van het eindresultaat alleen bereikt kan worden met een  kleurenplan, bestaande uit echte  kleuren en materialen. Het maakt een wezenlijk verschil of u kiest voor een roomwit wollig tapijt of een roomwit laminaat. Op een platte foto kunt u dit verschil onvoldoende overbrengen.

Het moodboard

U kunt een kleurenplan met de juiste stalen wel heel goed aanvullen met een zogenaamd ‘moodboard’. U verzamelt hiervoor interieur foto’s en foto’s van toe te passen materialen en producten die de sfeer en stijl van de ruimte goed weergeven. De combinatie van beide overdrachtsmiddelen is een goede. Een moodboard kunt u overigens ook heel goed laten maken door uw opdrachtgever om aan u duidelijk te maken wat zij precies van u verwachten…

Stalenarchief

Het is aan te raden een goed stalenarchief aan te leggen. U kunt hiervoor rechtstreeks contact opnemen met de  diverse fabrikanten (parket, tegels, vloerbedekking, sanitair, verlichting, textiel enzovoort). Men is over het algemeen wel bereid om stalen en productinformatie te verstrekken.

Ook kunt u contacten leggen via de (plaatselijke) winkeliers in de woonbranche. Om te oefenen met het maken van collages kunt u op dit moment nog volstaan met reststukjes (van gordijnen, vloerbedekking) en kleurenstalen  en productinformatie uit de schilderswinkel en/ of bouwmarkten. Als u een collage maakt voor een opdrachtgever is het beslist aan te raden om te werken met mooie stalen en niet te bezuinigen op de presentatie.

Kleurenkaarten & -waaiers
Een must voor iedere  Interieurontwerp(st)er  zijn de kleurenwaaiers  en kaarten van diverse verffabrikanten. Want, u weet het inmiddels, het hele interieur bestaat uit kleur. Een waaier is een goed  en objectief instrument bij de keuze voor en afstemming van de kleuren in uw interieur. Moet u bij een bestaand bankstel combineren, dan houdt u de waaier bij de bank, u zoekt de kleur op in de waaier, en neemt deze mee naar de winkel. U weet nu zeker dat u uitgaat van de juiste kleur waarbij u kunt combineren. Gebruik uw kleurenwaaier zo veel mogelijk, zodat u zonder moeite de kleuren kunt vinden en de codes kunt hanteren.

U kunt op termijn ook verschillende  waaiers  van andere  verffabrikanten aanschaffen, waardoor u uw opdrachtgevers kunt voorzien van zo volledig mogelijke informatie op dit gebied.

Tijdschriften  en vakliteratuur
Hoewel uw advies voornamelijk gebaseerd zal zijn op de al behandelde kleurentheorie en basisprincipes uit de  binnenhuisarchitectuur, kunt u natuurlijk niet helemaal  heen  om de woonontwikkelingen en trends.  In woonmagazines en vakbladen kunt u inspiratie opdoen, waarmee u met uw achtergrond doordacht verrassende toepassingen kunt bedenken. Niet bij iedere opdrachtgever, maar zo af en toe, kunt u dan een spannende nieuwe toepassing van de hier geleerde theorie uitproberen, vanzelfsprekend  in overleg met uw opdrachtgever.

 

 

Ontwerpopdrachten Kleur in het interieur

Opdracht  7

U heeft voor deze oefening een aantal kleurenkaarten nodig van diverse verffabrikanten, papier, een schaar  en lijm. Maak nu zelf een kleurencirkel door uit de voorhanden  kleurenkaarten de juiste kleuren te knippen. U neemt in uw cirkel op: de primaire, secundaire en tertiaire kleuren. Plak deze zelfgemaakte kleurencirkel op een papier en geef ook de complementaire kleuren aan. (U hoeft deze cirkel niet in te sturen.)

Examenoefeningen Kleur in het interieur

1.  Wat is kleur?
2.  Wie bracht als eerste ‘systeem’ in de kleurenopbouw?
3.  Bestaat er verschil in kleurvoorkeur tussen mannen en vrouwen?
4.  Van welke drie dimensies, die de weergave bepalen, wordt er in de kleurenleer uitgegaan?
5.  Wat zijn primaire kleuren?
6.  Wat zijn complementaire kleuren?
7.  Hoe kan de waarde van een kleur worden verhoogd of verlaagd?
8.  Hoe gebruikt u uw kleurenwaaier?
9.  Wie was de uitvinder van de kleurenbol?
10. Waarmee werkte Munsell?
11. Wat heeft licht te maken met uw kleurenkeuzes?
12. Waarom zou men kunnen kiezen voor neutrale kleuren?
13. Wat is de invloed van warm licht op warme en koude kleuren?
14. Vertel iets over de kleur blauw.
15. Zijn neutrale tinten te mixen met andere  kleuren?

Uitwerkingen van de examenoefeningen Kleur in het interieur

  1. Wit licht dat door een prisma valt, splitst zich in de kleuren van het spectrum. Ieder deel van het spectrum heeft zijn eigen golflengte. We zien de diverse kleuren als die in verschillende golflengtes gereflecteerd worden door het oppervlak van de voorwerpen waarop de stralen vallen. Als deze lichtstralen met die specifieke golflengte worden teruggekaatst, zien wij de kleur van deze golflengte. Het netvlies van onze ogen vangt alle lichtstralen van buitenaf op, met behulp van cellen die gevoelig zijn voor licht. Dit zijn staafvormige cellen en kegelvormige cellen. De staafjes zijn heel gevoelig voor zwak licht, maar kunnen geen kleuren zien. De kegeltjes reageren alleen op fel licht en op de verschillende (kleur)golflengten. Bij weinig of slecht licht werken alleen de staafjes en kunnen kleuren nauwelijks waargenomen worden. Daarom zijn (kunst)licht en lichtinval ook zo belangrijk voor een goede waarneming van kleuren en moeten ze een rol spelen bij de keuze van kleuren in het interieur.
  2. Het was de Duitse dichter Goethe die met zijn ‘Farbenlehre’ voor het eerst systeem bracht in de kleurenopbouw en het gevoelsleven van de mens.
  3. Er bestaat geen verschil in kleurvoorkeur tussen mannen en vrouwen.
  4. Kleurschakering, kleurwaarde en kleurtoon.
  5. De primaire kleuren zijn: rood, geel en blauw. Dit zijn de enige kleuren die niet door men ging van andere kleuren samengesteld kunnen worden. Dit is het verschil met secundaire kleuren.
  6. Complementaire kleuren vullen elkaar aan (technisch  gesproken: kleuren die bij men ging in de juiste verhouding zwart opleveren). Om een paar voorbeelden te noemen: groen en rood vormen een complementair koppeltje (contrastkleur). Zo is het ook met geel en paars, en blauw en oranje. Als er met twee complementaire kleuren wordt gewerkt, ontstaan boeiende kleurharmonieën. Dit samengaan van twee complementaire kleuren geeft een effect van uiterste spanning.
  7. Als een kleur met wit wordt vermengd, ontstaat een kleurtint. De toevoeging van zwart daarentegen zal een duidelijke schakering laten zien. Een kleur kan verzwakt worden door grijs te mengen met een kleur. Kleuren die op deze manier vergrijzen of worden geneutraliseerd, worden vaak ‘tonen’ genoemd.

8. De waaier gebruikt u dus niet alleen bij het uitzoeken van de kleuren op wand, plafond en houtwerk, maar ook bij alle andere kleurenafstemmingen in het interieur. Archiveer steeds waar u welke kleur (met code) heeft toegepast. Bij de aanschaf van een bank, accessoires en dergelijke kunt u een staal van die kleuren of de kleurenwaaier meenemen, zodat de kleuren-en materialenafstemming goed is. Andersom zou u als u bijvoorbeeld de kleur zoekt voor een imposant en kleurig kunstwerk, in de waaier naar een goed passende match met de hoofdkleuren uit het schilderij kunnen kijken.
9. Philipp Otto Runge was de uitvinder van de kleurenbol, die aan de bovenste pool wit en aan de onderste pool zwart is. Aan de buitenkant van de bovenste halve bol liggen de lichtere kleuren, op de onderste halve bol de ‘vertroebelde’ kleuren. In het midden vindt men de pure kleuren.
10. Munsell werkte met een kleurencirkel. Zijn systeem werd in 1915 ontwikkeld. Munsell nam de cirkel als basispatroon. Behalve de kleurtoon kregen ook de verzadiging en de helderheid van de kleuren alle aandacht. Hij kwam tot een duidelijke, goed georganiseerde opzet van zijn kleurencirkel. Verschillende verffabrikanten werken met de basisopzet van dit systeem.
11. Met de lichtkwaliteit bedoelen we het karakter van het licht. Licht van de noordzijde is koud, het oostelijk licht is warmer, maar toch kouder dan het volle warme middaglicht van het zuiden en westen. Afgeleid hiervan worden in de binnenhuisarchitectuur voornamelijk warme kleuren toegepast in kamers met koel licht, en koele kleuren in kamers met warm licht. Licht verandert gedurende de dag ook nog qua karakter: licht uit het westen is in de vroege ochtenduren neutraal, terwijl het in de late namiddag veel rood bevat. Daarom is het zinnig om, als u eenmaal de kleuren gekozen heeft, gedurende de dag  de stalen opnieuw te bekijken. De effecten van het daglicht lopen nogal uiteen en zijn in andere klimaten behoorlijk afwijkend van ons Hollandse  klimaat. Een huis in Zuid-Frankrijk zal totaal ander licht hebben dan een huis in Nederland, dit wordt wel eens vergeten bij de keuze van kleuren. Bij het maken van een kleurenplan voor een ruimte kijken we dus vooral ook naar de hoeveelheid daglicht die in deze ruimte wordt toegelaten, en naar de kwaliteit van het licht.
12. Natuurkleuren staan synoniem voor neutraal. Ze hebben op zijn minst twee accentkleuren nodig. Natuurkleuren gaan minder gauw vervelen dan trendy kleuren en zijn dan ook heel geschikt voor aankopen die wat langer mee moeten. Ze geven een warme huiselijke sfeer.

13. Warm licht accentueert warme en neutraliseert koude kleuren. Warm licht is vriendelijk en heeft de neiging objecten te verenigen. Koud licht vergroot de ruimte, schept een kille atmosfeer en doet objecten op zichzelf staan. In mengkleuren zoekt gekleurd licht contact met zijn eigen kleur.

14. Blauw is een koele kleur die kalmerend kan werken, mits het niet te massaal wordt toegepast. Anders krijgt u het er koud van en kunt u er depressief van worden. Blauw is een kleur die wijkt, die de ruimte groter kan maken. ‘Blauw’ zou het denktype van de mens symboliseren. Blauw is klassiek koel en verfrissend. Het is de kleur van het water en de lucht en werkt dan ook ruimtelijk, maar het kan ook een harde uitstraling geven. Blauw-tinten zijn goed  met elkaar te combineren.

15. Dit zijn neutrale tinten die zich makkelijk laten mixen met veel andere kleuren tot een harmonieus geheel. Ze laten andere  kleuren op zichzelf staan, zonder dat deze  overheersen. De tonen zijn rijk en warm. Beige bijvoorbeeld is een solide en kalme kleur. Ivoor is zeer harmonieus en heeft een natuurlijke en vriendelijke uitstraling. Dierlijke en plantaardige elementen  brengen een neutraal gekleurde kamer tot leven. Deze tinten zijn goed te gebruiken bij veel adviezen.

 

 

 

Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met de cursus Binnenhuisarchitectuur, dus zet vandaag nog de eerste stap! 

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze online leeromgeving
  7. Jouw persoonlijke mentor voor jouw studiebegeleiding
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus
1 / 29