Associate degree Jeugdwerker

Leuk dat je geïnteresseerd bent in de opleiding Associate degree Jeugdwerker van Hogeschool NTI. We geven je met deze proefles zicht in de opleiding.

In de proefles kun je ook vragen maken. Deze vragen kun je later in de proefles zelf nakijken. Heb je nog vragen? Neem gerust contact met ons op.

Succes en veel plezier met de proefles van de opleiding!

HBO Studieadvies


jeugdwerker TGH-traject

Deze tekst gaat over het begin van een TGH-traject (taakgerichtje hulpverlening). Daarbij maakt het verschil of het initiatief tot contactlegging uitgaat van de cliënt die met een hulpvraag komt of van de werker die vrijblijvend, dringend of dwingend een hulpaanbod doet. De 'vrijwillige' cliënt heeft vaak een dubbel probleem: het probleem waarvoor hij hulp inroept en het probleem dat hij hulp moet vragen. De 'onvrijwillige' cliënt heeft ten minste het probleem dat iemand anders zich namens (een instantie in) de samenleving ongevraagd met zijn leven bemoeit. Centrale opgave voor de werker is het leggen van de basis voor een samenwerkingsrelatie waarin zij met de cliënt op een zelfde spoor zit. Wanneer weloverwogen pogingen om zo'n basis te leggen stranden, zullen de wegen moeten scheiden. Bij de start van TGH-traject ligt het accent op probleemexploratie. Hierover lees je meer in deze proefles.

Probleemexploratie

Probleemexploratie is nodig om een overzicht te krijgen van de problemen waarmee de cliënt kampt en de invloed die ze hebben op en ondergaan van andere systemen zoals gezin, school, bedrijf. Doel en Marsh (1995) spreken in dit verband van een probleemscan. Onderzoek is nodig om te kunnen inschatten of een samenwerkingsovereenkomst in termen van TGH (taakgerichte hulpverlening) mogelijk is en welke problemen of probleemonderdelen met vermoedelijk succes door werker en cliënt bij de kop gepakt kunnen worden. Bovendien kan een zorgvuldige probleemexploratie voor de cliënt op zichzelf al tot enige probleemverlichting leiden. De probleemdefinitie van de cliënt wordt door de werker serieus genomen en zodanig van verschillende kanten belicht dat ook niet eerder waargenomen aspecten in het oog springen. Met andere woorden: er kan ruimte komen voor een andere manier van kijken, voor andere probleemdefmities, die wellicht perspectiefbieden op andere aanpakken en oplossingen.

Een belangrijke voorwaarde voor probleemexploratie is dat de cliënt in staat wordt gesteld te vertellen waar hij mee zit. De cliënt zal daarbij soms geen en soms veel aanmoediging nodig hebben; het maakt onder meer verschil of hij zijn probleem voor het eerst uit de doeken doet of voor de honderdste keer. Misschien brengt hij een begrensd en welomschreven probleem naar voren, maar het kan net zo goed om een probleemkluwen gaan. We spreken hier afwisselend van het probleem of de problemen van de cliënt, omdat wat een probleem genoemd wordt bij nadere beschouwing vaak blijkt te bestaan uit een aantal elkaar ten dele overlappende problemen. Van een probleemkluwen is sprake wanneer allerlei problemen met elkaar verweven zijn op een circulaire manier, dat wil zeggen dat het ene net zo goed oorzaak is van het andere als omgekeerd. Zijn de opvoedingsproblemen het gevolg van het verslechterende huwelijk of omgekeerd? Ligt sociaal isolement ten grondslag aan de zwaarmoedigheid of is de relatie andersom? Is Janneke overspannen omdat haar baas haar overbelast met werk of is ze te perfectionistisch en kan ze geen nee zeggen? Dikwijls zitten de problemen zowel in de situatie (hoe de baas zijn secretaresse belast) als in de cliënt (Jannekes levens- en werkinstelling) en dan is de vraag wat het zwaarst weegt en hoe het ene op het andere inwerkt.


In de genoemde voorbeelden worden steeds twee probleemgebieden met elkaar in verband gebracht, maar vaak is de werkelijkheid aanmerkelijk gecompliceerder en spelen invloeden uit meer kringen mee. Willen werker en cliënt op één spoor komen, dan zal de werker zoals gezegd de probleemomschrijving van de cliënt serieus moeten nemen. Als zij deze echter zonder meer overneemt, zich ertoe bepaalt, beperkt dat de mogelijkheden tot probleemverlichting.

Daarom zal zij in de fase van de probleemexploratie aanknopen bij het verhaal van de cliënt en deze betrekken bij het onderzoeken van het probleem (lees ook: problemen) in zijn context. Benutten van de systeembril om te kijken welke invloeden het probleem heeft op omringende systemen en omgekeerd is daarbij onontbeerlijk. Zo wordt tevens gescand welke systemen in welke mate bij het probleem betrokken zijn, en welke veranderpotenties eventueel binnen het bereik van cliënt en werker vallen. Het probleem wordt niet los gezien van de persoon van de cliënt, noch van omgevingsfactoren.


Vrijwillig of onvrijwillig?

De start van een hulpverleningstraject is zelden volledig vrijwillig of volledig onvrijwillig. Eerder is sprake van een continuüm op een denkbeeldige lijn met als polen vrijwilligheid en onvrijwilligheid. In deze zin kennen we verschillende typen cliënten:

  1. De cliënt die op eigen initiatief contact zoekt, zichzelf meldt (bijvoorbeeld bij het algemeen maatschappelijk werk met relatieproblemen of op het opvoedingsspreekuur).
  2. De cliënt die licht outreachend benaderd wordt (bijvoorbeeld bij slachtofferhulp na
  3. een verkeersongeluk of bij ontslag uit het ziekenhuis als er twijfel is over de zorg in de thuissituatie).
  4. De cliënt die met aandrang en volharding outreachend benaderd wordt (bijvoorbeeld ouders die hun kinderen onvoldoende zorg geven of mensen die zichzelf verwaarlozen).
  5. De cliënt die voorwaardelijke hulpverlening accepteert om iets te verkrijgen of te vermijden (bijvoorbeeld schuldsanering ofhuisuitzetting).
  6. De cliënt die wettelijk onvrijwillig is: de rechter dwingt hem tot contact met de hulpverlening (bijvoorbeeld reclasseringscontact voor een man die voor de derde maal is veroordeeld wegens rijden onder invloed, op straffe van detentie).

Een werker kan er niet van uitgaan dat de cliënt puur uit vrije wil komt en kan evenmin zomaar aannemen dat cliënten 1 tot en met 5 in aflopende mate gemotiveerd zijn om hulp te ontvangen. De werkelijkheid is aanmerkelijk complexer. De cliënt die zelf contact zoekt, is misschien sociaal onvrijwillig: hij komt onder sociale druk (werkgever, partner) en erkent nauwelijks dat hij een probleem heeft, terwijl de cliënt met wie de werker contact legt op grond van een rechterlijke beschikking misschien wel degelijk geholpen wil worden, omdat hij niet meer op de oude voet verder wil. Met andere woorden: op basis van de formele startsituatie valt niet per definitie een gevolgtrekking te maken over de bereidheid van de cliënt om hulp te aanvaarden. Er zijn allerlei gradaties van vrijwilligheid, maar een duidelijk waarneembaar verschil is dat in het ene geval de cliënt het initiatief neemt en in het andere geval de werker contact legt. In het ene geval wordt begonnen met een uitnodiging aan de cliënt te vertellen waar hij mee zit en in het andere geval is het aan de werker om te beginnen met uitleg over de gronden van haar ongevraagde bemoeienis. In het laatste geval geeft zij duidelijk aan welke omgevingssystemen bij de cliënt problemen vermoeden of geconstateerd hebben. Vervolgens vraagt zij van de cliënt een dubbele reactie:
– Een reactie op de redenen voor de bemoeienis die zij genoemd heeft (het in de buitenkring gesignaleerde probleem).
– Een reactie op de ongevraagde bemoeienis zelf.
Let op: het bovengenoemde onderscheid wordt vaak niet door de cliënt gemaakt. Daarom dient de werker er op attent te zijn: eventueel verzet tegen ongevraagde bemoeienis hoeft niet per se samen te vallen met ontkennen van het probleem. Respect voor de cliënt, gepaard aan duidelijkheid en openheid, is kenmerkend voor de TGH-benadering en zal ook blijken uit de manier waarop de werker de cliënt uitdaagt om te reageren en op zijn reacties ingaat. In aansluiting daarop zal zij de cliënt uitnodigen om zijn eigen verhaal te vertellen. Het eerste verhaal van de cliënt kan heel rudimentair en strategisch zijn, maar niettemin op onderdelen overlap vertonen met het verhaal van de werker. Het zoeken is naar momenten waar de belangen, behoeften en wensen (motivatie) van de cliënt en de motieven van de ongevraagde bemoeienis van de hulpverlener overeenkomen. Zo wordt toegewerkt naar motivational congruence, waarop in een later stadium de samenwerkingsovereenkomst gebouwd kan worden.

Het perspectief van de cliënt als uitgangspunt
Hoe het contact met de cliënt ook gelegd is, en hoe de verhouding vrijwillig/onvrijwillig ook ligt, in de fase van probleemexploratie valt grote nadruk op het onderzoeken van het perspectief van de cliënt, het beluisteren van diens verhaal en diens geldigheicisaanspraken. Dit zonder dat de werker verdoezelt dat het belang van de cliënt niet het enige is waarvoor zij staat: zij wisselt van binnen- en buitenperspectief  en is daarbij alert op momenten waarop de belangen van de cliënt en die van de omgeving elkaar raken. Wil zij haar brugfunctie tussen cliënt en omgeving kunnen waarmaken, dan kan zij niet pretenderen dat de klant koning is. Maar zij zal het verhaal van de cliënt niet afpakken en hem in elk geval als persoon respecteren.

associate degree opleiding Een probleemexploratie of probleemscan met een bepaalde cliënt verloopt niet volgens een vaste volgorde, omdat aangesloten wordt bij het verhaal van de cliënt. Die bepaalt in eerste instantie welke zaken meer en minder nadruk krijgen, maar ook de werker houdt hier een vinger in de pap. In dit stadium zorgt zij ervoor dat de cliënt niet te veel op detailpunten blijft hangen, maar dat het hele probleemgebied wordt afgetast en hiaten in het verhaal zo veel mogelijk worden opgevuld. In de fase van probleemexploratie gaat het om beschouwing van het probleem in de breedte; in de latere fase van probleemspecificatie gaat het meer om de diepte en de details.
Voor de cliënt is het zelden gemakkelijk om te vertellen waar hij mee zit. Vaak staat hij aarzelend tegenover hulp en bovendien weet hij vaak niet goed waar te beginnen: het probleem is een veelkoppig monster geworden. Niet zelden is er angst voor onbegrip of veroordeling van de kant van de werker. Wie garandeert dat die niet 'het hare denkt' van het probleem, ermee aan de haal gaat en hem op die manier van de regen in de drup 'helpt'?

Probleemexploratie zal het best werken in een sfeer van acceptatie; de werker doet haar best om een dergelijke sfeer te scheppen en zo veel mogelijk - empathisch, responsief- aan te sluiten bij de cliënt. Zij onderwerpt hem niet aan een kruisverhoor en vermijdt waarom-vragen, die meestal slechts tot verdediging en rationalisatie leiden. Doorgaans zal zij ook iets vertellen over haar functie en over bedoeling en grondpatroon van het eerste gesprek. Als zij vragen stelt over de beleving of over de context van het probleem, maakt zij duidelijk wat daarvan de achtergrond is. Ook informeert zij de cliënt in een vroeg stadium over de vertrouwelijkheid van het besprokene en de grenzen daarvan.

Essentieel is dat de cliënt ervaart dat de werker zich inspant om te begrijpen wat het probleem voor hem betekent. Zo nodig helpt de werker hem bij het vertellen van zijn verhaal. door aanmoediging, ordenende opmerkingen, samenvattingen en door het stellen van vragen. Een volledige probleemscan brengt op samenhangende wijze de feiten in beeld zoals de cliënt die ziet en zijn belevingen en de normen of overtuigingen die zijn perspectief bepalen. Eenzijdigheid in deze leidt tot een reductie van de werkelijkheid, in de vorm van verzakelijking, therapeutisering of moralisme.

Het perspectief van de werker
Aansluiten bij de cliënt en empathisch reageren is essentieel, maar daarbij blijft het niet. Het perspectief van de cliënt mag uitgangspunt zijn, maar de werker heeft ook een eigen perspectief. Het is het perspectief van haar professie, van haar instelling (werkopdracht) en van haar methodische insteek, taakgerichte hulpverlening in dit geval. Om te kunnen beoordelen en aan een bepaalde cliënt duidelijk te kunnen maken of zijn probleem zin leent voor taakgericht werken zal zij het in TGH-perspectief plaatsen. Onder meer zal zij samen met de cliënt de volgende punten helder willen krijgen: (zie volgende pagina)

  • Waarom komt hij nu met dit probleem (als de cliënt zelf aanklopte)?
  • In welke sociale context spelen de problemen? Welke externe systemen zijn erbij betrokken en hoe beïnvloeden problemen en systemen elkaar? Het verhaal van de cliënt biedt vaak al spontaan informatie over verschillende kringen en hun invloed op het probleem, maar het kan nodig zijn dat de werker de cliënt vraagt in zijn verhaal ook iets op te nemen over in eerste instantie niet genoemde kringen. 
  • Wat wil de cliënt bereiken, wat wil hij investeren en welk soort hulp verwacht hij? 
  • Wat heeft de cliënt tot nu toe aan zijn problemen gedaan en met welk effect? 
  • Welke probleemcategorieën zijn van toepassing en welke categorie lijkt dominant?
  • Over welke krachten (strengths) beschikt de cliënt en welke zijn beschikbaar binnen de systemen in zijn omgeving? 
  • Welke hindemissen bij de cliënt (bijvoorbeeld in de vorm van disfunctionele overtuigingen) en in diens omgeving (bijvoorbeeld een organisatie met grote wachtlijsten) kunnen probleemoplossing in de weg staan?

Het spreekt vanzelf dat het jargon uit bovenstaande vragen niet doorklinkt in het hulpverleningsgesprek. Ook is het niet de bedoeling dat de werker slechts informatie verzamelt ten behoeve van haar eigen beeldvorming of diagnose; het gaat om een gezamenlijk onderzoek. TGH is geen diagnose-receptmodel (waarbij de hulpverlener informatie verzamelt om een diagnose te stellen, opdat zij een recept of advies kan geven), het is uitdrukkelijk een samenwerkingsmodel.


Vragen

Ben je benieuwd of je de theorie goed hebt begrepen? Maak dan de onderstaande vragen. De antwoorden komen later in de proefles terug.

  1. Wat is een belangrijke voorwaarde voor de probleemexploratie bij een TGH-traject?

  2. Wat houdt ‘motivational congruence’, waar bij een probleemexploratie naar toegewerkt  moet worden.

  3. Gaat het bij een probleemexploratie om beschouwing van het probleem in de diepte of in de breedte? Leg uit waarom.

  4. Noem ten minste 3 punten die de werker samen met de cliënt helder moet krijgen om het probleem in TGH-perspectief te plaatsen.

 


Hoe studeer je bij het NTI?

Dankzij het nieuwe studeren bepaal je zelf waar en wanneer je studeert. Het nieuwe studeren is de ideale combinatie tussen online en klassikaal onderwijs. De onderstaande video laat je het nieuwe studeren zien.


Bekijk hier de antwoorden

Onderstaand kun je jouw antwoorden controleren.

  1. Een belangrijke voorwaarde voor probleemexploratie is dat de cliënt in staat wordt gesteld te vertellen waar hij mee zit. Hier kan soms helemaal geen en soms juist veel aanmoediging bij nodig zijn.

  2. ‘Motivational congruence’ houdt in dat belangen, behoeften en wensen (motivatie) van de cliënt en de motieven van hulpverlener overeenkomen.

  3. Bij een probleemexploratie gat het om beschouwing van het probleem in de breedte. Het gaat namelijk om het in kaart brengen van het probleem zonder al op details in te gaan, dit komt in latere fase van probleemspecificatie. Bij de probleemexploratie moet het hele probleemgebied afgetast worden en hiaten in het verhaal van de cliënt moeten zoveel mogelijk worden opgevuld. Het verloopt niet volgens een vaste volgorde, omdat er wordt aangesloten bij het verhaal van de cliënt.

  4. De volgende antwoorden zijn juist:
    - Waarom komt hij nu met dit probleem?
    - In welke sociale context spelen de problemen?
    - Wat wil de cliënt bereiken, wat wil hij investeren en welk soort hulp verwacht hij?
    - Wat heeft de cliënt tot nu toe aan zijn problemen gedaan en met welk effect?
    - Welke probleemcategorieën zijn van toepassing en welke categorie lijkt dominant?
    - Over welke krachten (strengths) beschikt de cliënt en welke zijn beschikbaar binnen de systemen in zijn omgeving?
    - Welke hindemissen bij de cliënt en in diens omgeving kunnen probleemoplossing in de weg staan?

Ervaringen van studenten

Hogeschool NTI heeft al veel studenten geholpen bij het afronden van hun opleiding. Een kleine greep uit de ervaringen van onze huidige studenten.

ervaringCarieke Pol
"Studeren bij het NTI past precies bij mij. Je hebt zelfdiscipline en doorzettingsvermogen nodig, dat wel. Maar als je dat in huis hebt kun je voor de rest vertrouwen op het vakmanschap van het NTI."

Kaylin Verhulst-Boesten
"Ik vind het zeer prettig om bij het NTI te studeren. De studiestof is duidelijk omschreven en ik kan in mijn eigen tempo werken. Als ik een periode minder tijd heb, studeer ik wat minder en andersom. De praktijkdagen zijn een aanvulling op de leerstof, hier oefen je ook goed met de geleerde theorie. Zeker een aanrader!"

Sebastiaan Dalen
"Ik loop nu tegen het eind van mijn studie en ik moet zeggen dat het mij erg goed bevallen is. Het studieprogramma is prima te doen als je er voldoende aandacht aan geeft. De combinatie studie/werk is mij erg meegevallen. Het is voor mij de perfecte manier van leren. Ik zou het anderen zeker aanbevelen."


Ben je na het volgen van de proefles enthousiast geworden?

Je kunt elke dag starten met Associate degree Jeugdwerker dus zet vandaag nog de eerste stap!

8 redenen om bij het NTI te studeren

  1. Erkende opleidingen, gewaardeerd in het bedrijfsleven
  2. Prettige en deskundige begeleiding door ervaren docenten
  3. Voordelig lesgeld
  4. Flexibel studeren
  5. Studeren met veel persoonlijk contact
  6. Modern studeren via onze digitale leeromgeving
  7. Persoonlijke studiebegeleiding van een mentor
  8. Studeren op kosten van de werkgever en/of de fiscus

Neem gerust contact met ons op, als je nog vragen hebt. Succes met het kiezen van je opleiding!

1 / 1