Subsidies en fiscale voordelen
1. Wet Vermindering Afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (WVA)
De afdrachtvermindering onderwijs van de WVA (WVA onderwijs) is een fiscale stimuleringsregeling van de belastingdienst voor de werkgever. Een werkgever kan onder voorwaarden in aanmerking komen voor afdrachtvermindering van de loonheffing als de werknemer een erkend opleidingstraject volgt. Er zijn verschillende mogelijkheden:
1.1 WVA onderwijs voor de beroepsbegeleidende leerweg
Werkgevers kunnen een afdrachtvermindering van de loonheffing krijgen voor een werknemer die beroepspraktijkvorming volgt op de grondslag van een BBL-overeenkomst. Werkgevers kunnen per maand WVA onderwijs aftrekken van de af te dragen loonheffing. De WVA is maximaal € 2.738,- per persoon per jaar, bij een werkweek van 36 uur of meer. In geval van een parttime dienstverband is de afdrachtvermindering naar rato van het aantal gewerkte uren. Voor deelnemers jonger dan 25 jaar is bovendien een zogenaamd toetsloon van toepassing. In 2011 is dit vastgesteld op € 1.995,- per maand.
Rekenvoorbeeld:
|
||||||||
|
||||||||
Termijn: structureel
Toepassing: via de loonbelastingaangifte van de werkgever.
Informatie: www.belastingdienst.nl (onder zakelijk; personeel en loon; afdrachtverminderingen).
1.2 WVA onderwijs voor EVC-procedures
Met een EVC- (erkenning verworven competenties) procedure wordt in kaart gebracht en erkend welke competenties de werknemer al heeft. Werkgevers die hun werknemers een EVC-procedure aanbieden, kunnen in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming van deze procedure. De afdrachtvermindering bedraagt per procedure erkenning verworven competenties € 329,- per werknemer.
|
||||||||
Termijn: structureel
Toepassing: via de loonbelastingaangifte van de werkgever.
Informatie: www.belastingdienst.nl (onder zakelijk; personeel en loon; afdrachtverminderingen).
1.3 WVA onderwijs voor Startkwalificatie
Een werkgever kan een (ex-)werkloze in dienst nemen. Wanneer de werkgever de mogelijkheid biedt om deze werknemer een opleiding te laten volgen die is gericht op het op startkwalificatie brengen van zijn niveau, kan een maximale afdrachtvermindering van € 3.286,- per kalenderjaar worden toegepast bij een werkweek van 36 uur of meer. In geval van een parttime dienstverband is de afdrachtvermindering naar rato van het aantal gewerkte uren. Bij scholing op startkwalificatieniveau gaat het om scholing die maximaal opleidt tot mbo 2-niveau. De totale afdrachtvermindering met betrekking tot de scholing van deze (ex-)werkloze kan € 6.024 per kalenderjaar bedragen in geval het kan worden toegepast in combinatie met de WVA onderwijs voor de BBL. Deelnemers mogen niet meer verdienen dan het toetsloon, ongeacht de leeftijd van de deelnemer.
|
||||||||
|
||||||||
Termijn: mogelijk tot 2015
Toepassing: via de loonsbelastingaangifte van de werkgever
Informatie: www.belastingdienst.nl (onder zakelijk; personeel en loon; afdrachtverminderingen)
1.4 WVA onderwijs voor initiële HBO
Indien een werknemer werkzaamheden verricht in het kader van een initiële opleiding in het HBO dan kan de werkgever mogelijk in aanmerking komen voor de WVA. De WVA is van toepassing bij een duaal opleidingstraject, waarbij sprake is van ‘werkend leren’ en ‘lerend werken’. De afdrachtvermindering is daarnaast alleen van toepassing als het werk in een bij ministeriële regeling aangewezen bedrijfssector wordt verricht en het een initiële opleiding aan een hogeschool betreft. De WVA bedraagt € 2.738,- per persoon per jaar, bij een werkweek van 36 uur of meer. Vermindering van de afdracht dient in geval van een lager aantal uur dan 36 per week naar rato van het aantal gewerkte uren te worden toegepast. De afdrachtvermindering is maximaal 24 maanden per werknemer toepasbaar. Voor werknemers met een kortere arbeidsduur dan 36 uur per week wordt de termijn van 24 maanden naar evenredigheid verlengd. Deelnemers jonger dan 25 jaar mogen niet meer verdienen dan het toetsloon.
|
||||||||
Termijn: structureel
Toepassing: via de loonbelasting van de werkgever
Informatie: www.belastingdienst.nl (onder zakelijk; personeel en loon; afdrachtverminderingen)
1.5 MBO-(deeltijd)opleidingen ‘subsidiewaardig’ maken op basis van onderwijsaccreditatie
Als MBO-(deeltijd)opleidingen, als onderdeel van een erkende beroepsbegeleidende leerweg (BBL), gekwalificeerd kunnen worden voor de Wet educatie beroepsonderwijs dan kunnen die onder voorwaarden in aanmerking komen voor de WVA. NTI helpt werkgevers om maatwerkopleidingen op een zodanige wijze vorm te geven dat financiering kan geschieden op basis van WVA-onderwijs.
|
||||||||||||||||
Aanvraag: via het NTI. Na inschrijving voor de deelopleiding maken we een dossier aan, waardoor de kandidaat zonder drempel kan doorstuderen naar MBO niveau 2, 3 of 4. Aan het einde van de deelopleiding wordt een intakegesprek gepland met een studieadviseur om te kijken of / op welke wijze de kandidaat verder wil studeren naar een erkend MBO-diploma niveau 2, 3 of 4. Dit gesprek is vrijblijvend, na afloop van de MBO-deelopleiding kan de kandidaat zonder verdere verplichtingen uitstromen.
De kosten voor het subsidiewaardig maken bedragen € 250,- per werknemer. De kosten van het intakegesprek en het maken van het dossier zijn hierbij inbegrepen.
Informatie: zakelijk@nti.nl of 071-7501040
2. Omscholingsbonus en EVC-subsidie
2.1 Omscholingsbonus
Met de omscholingsbonus kunnen scholingskosten voor nieuwe werknemers die in hun vorige baan met ontslag werden bedreigd (gedeeltelijk) vergoed worden. De termijn tussen de huidige baan en de vorige baan mag maximaal drie maanden zijn. De omscholingsbonus wordt verstrekt aan bedrijven die nieuwe medewerkers in dienst nemen. Daarmee is het voor een werkgever gemakkelijker om iemand in dienst te nemen die nog niet over de juiste kennis en vaardigheden beschikt. De hoogte van de vergoeding (maximaal 50%) hangt af van de bijdrage van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds (O&O fonds, zie punt 5) en bedraagt maximaal € 2.500,- per werknemer.
|
||||||||
Termijn: stimuleringsregeling uit 2010. Deze loopt door in 2011, indien de bonus in 2010 is aangevraagd. Per 1 januari 2011 kan de omscholingsbonus niet meer worden aangevraagd.
Aanvraag: via het UWV.
Informatie: www.uwv.nl
2.2 EVC-subsidie
Naast omscholingskosten wordt in veel gevallen ook een deel van de kosten van een EVC- procedure of een EVP-procedure (ervaringsprofiel) vergoed. Dit geldt voor werknemers die met ontslag worden bedreigd, met en zonder startkwalificatie. Voor kleine werkgevers bedraagt de vergoeding 100% (tot maximaal € 600,- voor een EVP en maximaal € 1.300,- voor een EVC). Voor werkgevers met meer dan 25 werknemers in dienst bedraagt de vergoeding 50% van de kosten (tot maximaal € 300,- voor een EVP en maximaal € 650,- voor een EVC).
|
||||||||
|
||||||||
Termijn: structureel
Aanvraag: via de brancheorganisatie/ het O&O fonds. Kijk hier voor een overzicht van de O&O-fondsen in Nederland
Informatie: www.agentschapswz.nl
3. Lerarenbeurs
De Lerarenbeurs voor scholing stelt leraren in staat een extra kwalificerende of specialiserende opleiding te volgen. Het betreft een geaccrediteerde bachelor of masteropleiding of een korte opleiding van maximaal 1 jaar. De leraar ontvangt daarvoor subsidie voor studie- en reiskosten. Zijn werkgever kan subsidie ontvangen om de leraar studieverlof te verlenen en een vervanger aan te stellen. De subsidie bedraagt de som van een vergoeding voor:
a. de werkelijk gemaakte kosten voor les- en collegegeld tot een maximum van € 3.500,–, respectievelijk € 7.000,– ingeval de leraar overeenkomstig artikel 7.46, eerste lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek instellingscollegegeld verschuldigd is;
b. de kosten van studiemiddelen ten hoogste 10% van het verschuldigde les- en collegegeld tot een maximum van € 350,–;
c. reiskosten ten hoogste 10% van het verschuldigde les- en collegegeld tot een maximum van € 350.
Met sociale partners is overeengekomen dat de Lerarenbeurs vanaf het schooljaar 2012–2013 alleen nog zal worden ingezet voor ‘opscholing’ (verhoging van het kwalificatieniveau), dat wil zeggen voor bachelors en masters. De subsidie voor korte opleidingen zal komen te vervallen. Voor korte opleidingen zullen dan de reguliere middelen voor nascholing moeten worden ingezet. Een voorbehoud wordt nog gemaakt voor opleidingen die gericht zijn op passend onderwijs. In 2011 kunnen de korte opleidingen nog via de lerarenbeurs worden bekostigd. Wel wordt binnen de subsidiebedragen per sector een maximum gesteld aan het aantal te subsidiëren korte opleidingen. De maxima zijn ontleend aan het aantal toegekende lerarenbeurzen voor korte opleidingen (per sector) in 2010.
Termijn: structureel
Aanvraag: www.ibgroep.nl
4. Studiekostenaftrek
Indien uw studie niet door uw werkgever betaald wordt, kunt u aanspraak maken op studiekostenaftrek.
Studiekosten van de werknemer zijn in veel gevallen aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Onder studiekosten vallen het lesgeld, studieboeken, examengeld, trainingsdagen en dergelijke. De werknemer dient hierbij wel aan te kunnen tonen dat de studie van belang is voor zijn/haar beroep/carrière. De scholingsuitgaven moeten een drempelbedrag van € 500,- per jaar overschrijden en zijn in principe gemaximeerd tot een bedrag van € 15.000,-.
|
||||||||
Termijn: structureel
Toepassing: via de loonbelastingaangifte van de werknemer.
Informatie: www.belastingdienst.nl (particulier; aftrekposten, studiekosten).
5. Opleidings- en Ontwikkelingsfondsen (O&O fondsen)
Voor een groot aantal branches zijn er specifieke scholingssubsidieregelingen (scholingsfondsen). Die zijn meestal afhankelijk van de branchevereniging, waarbij het bedrijf is aangesloten. Soms worden ook andere faciliteiten vergoed dan scholing, bijvoorbeeld een EVC-procedure of een loopbaanadvies.
Termijn: structureel
Aanvraag: via de brancheorganisatie/ het O&O fonds. Kijk hier voor een overzicht van de O&O fondsen in Nederland.
Informatie: www.agentschapszw.nl
6. Algemene tips bij aanvragen van een subsidie
- Neem (telefonisch) contact op met de organisatie die de regeling uitvoert. Veel subsidieverstrekkers hebben consulenten in dienst die u kunnen helpen met een aanvraag. Dit vergroot de kans dat u voor de subsidie in aanmerking komt.
- Neem voldoende tijd voor de aanvraagprocedure. Dit varieert van het invullen van een eenvoudig formulier tot een uitgebreid projectvoorstel met (buitenlandse) partners. Vaak zijn er ook afwijsgronden.
- Dien uw aanvraag tijdig in. Veel subsidies kennen een tijdvak (tender) waarin u een aanvraag kunt doen. Zorg dat u hier op tijd bij bent.
- Vraag subsidie aan voordat u begint met de werkzaamheden. Projecten die al zijn gestart komen meestal niet meer in aanmerking.
- Denk ook aan Europese regelingen. Er zijn verschillende Europese subsidies voor het midden- en kleinbedrijf.
Aan de informatie op deze website kunnen geen rechten ontleend worden. De website heeft tot doel om informatie over subsidies en fiscale voordelen te verschaffen. Bovenstaande voorbeelden zijn opgesteld onder voorbehoud van de actualiteit van het moment en wetswijzigingen.